Energietransitie en de riolering

Opinie Hugo Gastkemper

Klimaataanpassing is dagelijkse kost voor het stedelijk waterbeheer. Ook bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen zijn er opgaven voor onze sector. 

Misschien opmerkelijk, maar ik maak me niet zo druk om de uitstoot van CO2 bij het transport van hemel- en afvalwater. Het gaat om een beperkt energieverbruik met pompen die al behoorlijk energie-efficiƫnt zijn en nog steeds zuiniger worden. De elektriciteit zal, mede door gerichte gemeentelijke inkoop, uit duurzame bronnen komen.

De invloed van de emissie uit de riolering van de twee andere broeikasgassen methaan en lachgas worden echter waarschijnlijk onderschat. Het aardopwarmingsvermogen van methaan is 28 keer zo groot als van koolstofdioxide, en van lachgas (distikstofoxide) liefst 265 keer. Lachgas komt vooral vrij bij de zuivering. Methaan ontstaat in de riolering en in de sliblijn van de zuivering. De kennisontwikkeling is nog niet ver genoeg gevorderd om maatregelen voor de beperking van lachgasemissies aan te bevelen. Evident is dat de methaanemissie lager is als het afvalwater snel naar de zuivering gaat. Initiatieven om deze methaanemissies te verminderen, juich ik toe.

Voor het terugwinnen van energie is vooral de warmte in het afvalwater interessant. Transport en opslag van warmte zijn lastig, direct hergebruik is het meest efficiƫnt en dat vergt een constante warmtebehoefte vlak bij een fors riool. Er zijn enkele projecten op het gebied van riothermie gerealiseerd, wat overigens in het algemeen meer bodemwarmte dan warmte uit afvalwater oplevert. Ik verwacht dat het een niche blijft, ook al vanwege de afhankelijkheid van subsidies. Of maakt de opkomst van warmtenetten met lage temperatuur in combinatie met warmtepompen het beeld totaal anders? Het Planbureau voor de Leefomgeving ziet grote mogelijkheden in warmtenetten (beleidsstudie Toekomstbeeld klimaatneutrale warmtenetten in Nederland, maart 2017).

In het hergebruik van de warmte in douchewater zit naar mijn mening veel muziek. Bij goede woningisolatie betekent douchen het meeste energieverlies. Maar de mogelijkheid voor hergebruik is er het grootst. De warmte is ter plaatse, je kunt deze meteen gebruiken en warmtewisselaars zijn bewezen en algemeen verkrijgbare apparaten. Wat mij betreft geen nieuwe badkamer zonder douchewarmtewisselaar! Rijk en gemeenten kunnen de toepassing van warmtewisselaars veel actiever bevorderen.


Nog onbekend is hoe de energietransitie concreet vorm krijgt. Wordt de fossiele energie vervangen door elektriciteit uit wind en zon, biogas of (aard)warmte? Waarschijnlijk hebben we alles nodig, aangevuld met mogelijkheden om energie op te slaan in batterijen, waterstof, warmte-koudeopslag in de bodem en op andere manieren. De keuze zal plaatsafhankelijk zijn, onder meer op basis van de beschikbaarheid van energiebronnen, mate van stedelijkheid en historische omstandigheden. 

Hoe dan ook, de energie moet worden gedistribueerd en dat blijft in sterke mate een ondergronds gebeuren. Elektriciteitsnetten moeten worden versterkt, stadsverwarming aangelegd en gasbuizen verwijderd. De vraag is welke invloed dit heeft op de vervanging van riolering. Dit wordt nu bepaald vanuit het stedelijk waterbeheer zelf of door ruimtelijke vernieuwing. Bepalen straks energienetten wanneer de straat geheel open moet en dus ook het riool moet worden vervangen? Ik sluit het niet uit. Het is in elk geval een belangrijke reden om als stedelijk waterbeheerder nauw samen te werken met de collega die de regie voert over het werk in de ondergrond. En een stimulans om deze regierol als gemeente stevig in te vullen. Die regie is ook goed voor de bereikbaarheid, grip op de openbare ruimte en het voorkomen van graafschade. 

Hugo Gastkemper

 

Over RIONED


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE