De VNG heeft een modelverordening uitgewerkt waarmee de gemeente hemel- en grondwaterlozingen kan beëindigen. Met dit model regelt de gemeente de hoofdzaken en een gebiedsaanwijzing waarin zij het lozingsverbod concreet maakt naar plaats en tijd. Het VNG-model is alleen bedoeld om hemel- en grondwaterlozingen in de openbare vuilwaterriolering te verbieden. De praktijk laat tot nu toe zien dat de meeste gemeenten met een hemel- en grondwaterverordening het VNG-model (vrijwel een-op-een) hebben overgenomen.

Toepassing bij Wm-inrichtingen

Net als bij huishoudens heeft de verordeningsmogelijkheid bij inrichtingen het praktische voordeel dat de gemeente niet heel veel maatwerkvoorschriften hoeft op te stellen. Gemeenten kunnen in de verordening ook categorieën Wm-inrichtingen benoemen die wel en niet onder het lozingsverbod vallen. Zo is aansluiting mogelijk bij de indeling in categorieën (type A, B of C) van het Activiteitenbesluit. Het ligt voor de hand om type-A-inrichtingen (kleinere bedrijven met een vergelijkbaar lozingsgedrag als dat van huishoudens in een woonwijk, zoals winkels en cafés) op gelijke wijze te behandelen als huishoudens. Type-C-inrichtingen vergen eerder een specifieke afweging, dus die kan de gemeente zo nodig uitzonderen.

De openbare weg wel of niet uitzonderen

Volgens het VNG-model is de verordening niet van toepassing op de openbare weg. De gemeente gaat immers zelf over de verwerking van hemelwater van de openbare weg en hoeft zichzelf niet te dwingen om af te koppelen. Maar zij kan de verordening wél van toepassing laten zijn op de openbare weg. Dat heeft vooral symbolische werking: de gemeente houdt zich ook aan de regels die zij oplegt aan haar inwoners.

Praktische mogelijkheden VNG-model

De verordening voorziet in elk geval in de volgende situaties:

  • Hemelwater in bestaande en nieuwe gevallen:
    • Rioolvervanging en de overgang van een gemengd naar gescheiden stelsel in een straat/wijk met bestaande bouw: 
      • perceeleigenaren mogen het hemelwater niet lozen in het openbare vuilwaterriool en alleen op eigen terrein verwerken (o.a. bodeminfiltratie) of lozen in oppervlaktewater.
    • Wateroverlast bij hevige regen in een wijk/straat met bestaande bouw door de capaciteit van het gemengde stelsel: 
      • perceeleigenaren mogen het hemelwater niet (direct) lozen in het openbare vuilwaterriool en alleen op eigen terrein verwerken (o.a. bodeminfiltratie of tijdelijke berging) of lozen in oppervlaktewater.
  • Grondwater in bestaande en nieuwe gevallen:
    • Drainage van particuliere voorzieningen in grondwaterprobleemgebieden:
      • perceeleigenaren mogen het grondwater niet (direct) lozen in het openbare vuilwaterriool.

Praktijkvoorbeeld: regenpijp van een gezamenlijk dak

Een regenpijp van een gezamenlijk dak loopt via de muur van een van de bewoners. De gemeente wil hemelwaterlozingen via de verordening verbieden. Hoe zit het met het water van de buurman? Het Burgerlijk Wetboek geeft hiervoor geen duidelijke eigendoms- en/of gebruikregeling. Maar hier is aan te sluiten bij een uitspraak van de Rijdende rechter (Zaandam, 23-12-2008, zaaknr. 10181) waarin de 'rechter' concludeerde dat sprake is van een zogenoemde mandelige ('gemeenschappelijke') zaak. In dergelijke gevallen delen buren samen de lusten en lasten. Het water dat na het lozingsverbod in de tuin van A infiltreert (de regenpijp komt immers uit in zijn tuin), mag dan geen overlast veroorzaken bij buurman B. Op grond van het Burgerlijk Wetboek moeten buren elkaars afstromende hemelwater in principe dulden (art. 5.38 BW). Ontstaat er toch een probleem, omdat de overlast door de infiltratie bij buurman A wel erg groot wordt, dan moeten de buren gezamenlijk een oplossing vinden en hiervoor samen betalen. In de ideale situatie hebben beide buren via het zakelijk recht (bijvoorbeeld in de vorm van een erfdienstbaarheid) het een en ander bij de notaris geregeld. Dat voorkomt discussies achteraf.

Praktijkvoorbeeld: bovengrondse afvoer via gootjes

Kan een gemeente eisen dat zij hemelwater alleen bovengronds in haar voorziening accepteert en het water dus via gootjes door de tuin naar de straat moet? Via de verordening kan de gemeente eisen stellen aan de lozing, maar niet aan de hoogteligging van aansluitleidingen. De verordening is immers gebaseerd op de Wm en de hoogteligging van aansluitleidingen wordt via de bouwregelgeving geregeld (het aansluitvoorschrift op grond van het Bouwbesluit 2012, dat vaak onderdeel is van de omgevingsvergunning bouwen). De gemeente kan dus niet via de verordening juridisch afdwingen dat particulieren hemelwateraansluitingen in de vorm van bovengrondse goten moeten aanleggen. In principe kan de gemeente een nieuw aansluitvoorschrift stellen op grond van het Bouwbesluit, dat het bestaande aansluitvoorschrift vervangt. De gemeente kan daarnaast het gebruik van gootjes stimuleren. Bijvoorbeeld door hemelwaterlozingen in de vuilwaterriolering via de verordening te verbieden en tegelijk als alternatief een bovengrondse openbare voorziening zoals een wadi aan te leggen. In de voorlichting over het lozingsverbod kan de gemeente uitleggen dat huishoudens hun hemelwater via gootjes naar de wadi kunnen afvoeren.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel