Straatkolken

Als u de afstroming over het maaiveld met een digitaal terreinmodel (DTM) modelleert in een maaiveldmodel met rioleringsmodel, neemt u ook de vulling van het rioolstelsel via de kolken en vice versa (het ontstaan van water op straat via de kolken) mee. De informatie over de ligging en geometrie van de kolken kunt u achterhalen via het kolkenbeheersysteem van de gemeente. Vaak kan de gemeente deze kolkgegevens via GIS delen.

Standaard Q-H-relatie

Ondanks de diversiteit aan kolken, is het met de huidige techniek niet zinvol om detailgegevens van individuele kolken te verzamelen om zo de Q-H-relatie van de straatkolk in te schatten. U kunt het best een standaard Q-H-relatie uit de literatuur toepassen (zie stap III Straatkolken en aansluitleidingen).

Aansluitleidingen

De ligging en diameter van aansluitleidingen waren tot nu toe niet zo goed in beeld, maar in het kader van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) leggen gemeenten deze gegevens steeds meer vast.

Bij de schematisering van de kolkleidingen in het rioolmodel zijn in de rekensoftware vaak alleen aansluitingen van kolkleidingen mogelijk op de knopen (de rioolputten), terwijl deze in de praktijk meestal via de kortste weg op de rioolleiding zijn aangesloten.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel