Een stadssingel is over het algemeen een stuk groter dan een stadsvijver. De stadssingel is hydraulisch niet volledig geïsoleerd, waarmee de lokale invloeden kleiner zijn. Onder dit type systeem vallen ook stadsgrachten.

Zie ook onderdeel Stadssingel: beschouwing onderzoeksvragen in de pdf.

Kenmerken
De kenmerken van het oppervlaktewatersysteem zijn:

  • Afvoerend oppervlak: 40 ha.
  • Oppervlak water: 10 m breed, 2 km lang.
  • Diepte: 1,5 m. • Oever: beschoeiing 50%, riet 50%; grasveld langs oever. Bij stadsgrachten is een gro­ter percentage harde oever. De invloed hiervan wordt meegenomen in de analyse.
  • Onderhoud: beter onderhoud dan stadsvijvers, gericht op waterhuishouding, soms ecologisch beheer, regelmatig gebaggerd.
  • Doorspoeling: hoeveelheid afhankelijk van neerslagtekort: aanvoer uit landelijk gebied om peil vast te houden; gemiddelde snelheid < 5 cm/sec; verblijftijd > 10 dagen.
  • Kwel mogelijk.
  • Watervogels (in verhouding minder dan in stadsvijver).
  • Gebruik van oppervlaktewater: vissen, rubberbootjes, eendjes voeren (niet intensief).
  • Belasting van oppervlaktewater vanuit stedelijke omgeving, zoals door bladval. Daarnaast nemen stadsgrachten een extra belasting mee door rechtstreeks invallend/inwaaiend vuil.


figuur A Voorbeeld stadssingel

Kenmerken van het afvalwatersysteem:

  • Woonwijk met afvoerend oppervlak van 40 ha.
  • Stelseltype (twee uitersten):
    • 40 ha gescheiden, met alleen lozing via regenwateruitlaten;
    • 40 ha gemengd, met alleen lozing van overstort.
  • Alleen stedelijke lozingen, geen rwzi.

Onderzoeksvraag 1: welke waterkwaliteitsproblemen worden ervaren?
De waterkwaliteitsproblemen voor een stadssingel zijn: (achter elk probleem staat cursief welke parameter medebepalend is)

  1. botulisme;
  2. dode vissen: zuurstof, acute toxiciteit;
  3. algen: N en P;
  4. kroos: N en P;
  5. ecologische achteruitgang, biodiversiteit (minder erg dan stadsvijver): organische vervuiling, N en P, toxiciteit (metalen);
  6. hygiënische aspecten (minder erg dan stadsvijver): bacteriën (E-coli);
  7. problemen met beleving (schoonheid, uiterlijk);
  8. bodemkwaliteit (slib): PAK’s, zware metalen, PCB’s, bestrijdingsmiddelen.

Voor dit systeem gelden ongeveer dezelfde problemen als voor de stadsvijver. De waterkwaliteitsparameters zijn dan ook gelijk. Dit betekent dat de volgende stoffen in de analyse zijn meegenomen:

  • Stikstof en fosfaat, in verband met de van eutrofiëring afgeleide effecten.
  • BZV en zuurstof, in verband met het directe effect op vissterfte, maar ook als mogelijke oorzaak van stank en de effecten op het functioneren van het ecosysteem.
  • E-coli als maat voor de hygiënische betrouwbaarheid.
  • Zware metalen en PAK’s als maat voor de accumulatie van verontreinigingen in de waterbodem.
  • Glyfosaat als bestrijdingsmiddel.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel