Met repressieve handhaving kan de gemeente een gesignaleerde overtreding aanpakken.

Bevoegdheden bij bedrijven: wie treedt waar op?

Bij bedrijven mogen verschillende overheden toezicht houden. De gemeente of regionale uitvoeringsdienst (RUD) houdt toezicht op naleving van de regels op grond van de Wet milieubeheer (Wm), inclusief de regels voor lozen in het riool. De waterbeheerder (het waterschap of Rijkswaterstaat) doet dat voor de regels op grond van de Waterwet (directe lozingen in oppervlaktewater). Maar de waterbeheerder is ook bevoegd om toezicht te houden op lozingen in het riool van vergunningplichtige bedrijven. De waterbeheerder kan immers de gevolgen ondervinden van overtredingen van die vergunningen, doordat het riool uitkomt bij de rwzi of in oppervlaktewater. Daarom is voor de handhaving goede afstemming noodzakelijk.

Samen handhaven

Gemeente en waterbeheerder kunnen bijvoorbeeld afspreken dat zij gezamenlijk optreden bij vergunningplichtige bedrijven. Zo is goed denkbaar dat bij vergunningplichtige bedrijven de toezichthouder van de waterbeheerder en de toezichthouder van de gemeente (of RUD) samen een bedrijf bezoeken dat (vermoedelijk) een overtreding heeft begaan. Maar de toezichthouders van de waterbeheerder zijn niet bevoegd om handhavend op te treden tegen overtredingen van de regels voor lozingen in de riolering. Dat mag alleen de toezichthouder van de gemeente of RUD doen.

Integrale handhaving: provincie coördineert

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ligt de nadruk op integrale handhaving. Dit houdt in dat toezichthouders behalve milieu- en wateraspecten bijvoorbeeld ook handhavingsaspecten vanuit bouw- en woningtoezicht meenemen. Zo zijn bij het toezicht op lozingen ook de bepalingen uit het Bouwbesluit mee te nemen. Denk daarbij aan controle op foutieve rioolaansluitingen. Sinds de inwerkingtreding van de Wabo is daarom eigenlijk geen sprake meer van de 'milieuhandhaver'. De Wabo verlangt een strategische, programmatische en integrale handhaving. Daarom bevat deze wet ook bepalingen die tot regelmatig overleg en (daarmee) afstemming dwingen. De provincie vervult hierin een coördinerende rol (hoofdstuk 5 Wabo). Zij moet in elk geval regelmatig overleg organiseren tussen alle overheden die binnen de provincie met de handhaving van het omgevingsrecht bezig zijn. Als zaken niet goed gaan, heeft de provincie mogelijkheden om in te grijpen bij gemeenten of waterschappen.

Verzoek tot handhaving van waterbeheerder

Zoals hierboven al genoemd zijn waterschappen en Rijkswaterstaat (de waterbeheerders in de zin van de Waterwet) niet bevoegd om handhavend op te treden tegen onrechtmatige lozingen in de riolering. Wel kunnen zij een (in bepaalde gevallen bindend) verzoek tot handhaving doen (art. 5.20, lid 2 Wabo). Het eventuele verzoek tot handhaving van bijvoorbeeld het waterschap aan de gemeente of provincie is alleen van toepassing op lozingen vanuit vergunningplichtige inrichtingen, dus niet op de indirecte lozingen die onder algemene regels vallen. (Zie ook Indirecte lozingen onder Wm/Wabo-bevoegdheid).

Rol gemeente bij meldingen van bedrijven

Bedrijven dienen hun meldingen voor het Activiteitenbesluit in bij het Wabo-bevoegde gezag. Via de Activiteiten Internet Module (AIM) ontvangt de gemeente deze meldingen. Als zij een melding krijgt van een directe lozing in het oppervlaktewater, moet zij deze naar de waterbeheerder doorsturen. Bij bedrijven die activiteiten grenzend aan oppervlaktewater uitvoeren maar geen directe lozingen in oppervlaktewater doen, moet de gemeente alert zijn. Mochten bij bedrijven wel aspecten spelen waarvoor de Waterwet van toepassing is, dan moet de gemeente de waterbeheerder op de hoogte brengen.

Overtredingen door particulieren

Naast handhaving van de bedrijfsmatige lozingen kan de gemeente aandacht besteden aan de lozingen van particulieren en vanuit de openbare ruimte. Ook bij overtredingen door bewoners kan en moet de gemeente in beginsel handhavend optreden. Het is daarbij niet van belang of de overtreding bewust is begaan.

Handhavingsbesluit zorgplicht: duidelijk en concreet formuleren

Ook overtredingen van de zorgplicht zijn handhaafbaar. Maar dan moet het bevoegd gezag in zijn handhavingsbesluit wel duidelijk maken aan welke eisen de betrokkene moet voldoen. Dit blijkt uit meerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), bijvoorbeeld ABRvS zaaknr. 200202646/1, AB 2003, 77 en ABRvS zaaknr. 201012817/1/M1, 2011. In de laatstgenoemde zaak oordeelt de ABRvS dat bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen vanwege overtreding van de zorgplicht uitsluitend mogelijk zijn als het handelen of nalaten van het bedrijf onmiskenbaar in strijd is met de zorgplicht. Als het bevoegd gezag dan een bestuursrechtelijk handhavingsbesluit neemt, moet dat besluit wel duidelijk en concreet geformuleerd zijn. En wel zodanig dat degene tot wie het handhavingsbesluit is gericht niet in het duister hoeft te tasten over wat hij nu moet doen of nalaten om de aangekondigde dwangmaatregelen te voorkomen. Dit met het oog op de aan de last verbonden verstrekkende gevolgen.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel