Overstortdrempels

Er zijn verschillende varianten, maar de meest voorkomende randvoorzieningen zijn berg(bezink)bassins en berg(bezink)leidingen. Meestal hebben ze een interne overstortdrempel tussen het rioolsysteem en de randvoorziening en een externe overstortdrempel tussen de randvoorziening en het ontvangende oppervlaktewater. Hoe u overstortdrempels schematiseert, vindt u op de pagina Overstorten schematiseren.

Figuur A Schema relatie randvoorziening en rioolsysteem.Vergroot afbeelding

Aandachtspunten

  • De modellering van de interne overstortdrempel vergt extra aandacht, omdat deze tijdens het vullingsproces meestal van een volkomen naar een onvolkomen overlaat verandert.
  • Let ook op hoe de randvoorziening na een bui wordt geleegd. Meestal voert een pomp of een gestuurde klep het opgevangen volume in de voorzieningen weer terug naar het rioolsysteem.
  • Indien de randvoorziening loost op oppervlaktewater met een beperkte afvoer- en bergingscapaciteit ontstaat de kans op terugstuwing vanuit het oppervlaktewater. In dergelijke gevallen kunt u het best (een deel) van het oppervlaktewatersysteem mee opnemen in het model.
  • Vaak wordt na een bui eerst het rioolsysteem leeggepompt en de randvoorziening pas bij een bepaald minimaal waterpeil in het systeem. In feite is dit een toepassing van Real Time Control (RTC ) van de ledigingspomp of de klep (zie de pagina RTC-sturingsregels).
  • Daar waar het gaat om (open) regenwaterbuffers kan een infiltratiewaarde worden meegenomen, waardoor het geborgen water vanuit de buffer naar het grondwater kan wegstromen. Dit kunt u modelleren als een infiltratievoorziening.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel