1. de hydraulische processen die in het systeem plaatsvinden, bijvoorbeeld infiltratie, waterbeweging in leidingen en het neerslag-inloopproces;
  2. de relevante geometrische kenmerken van de systeemonderdelen, bijvoorbeeld de afmetingen van een leiding, de karakteristiek van een pomp of de omvang en locatie van afvoerende oppervlakken.
  3. de onderlinge samenhang van de systeemonderdelen, bijvoorbeeld de toewijzing van afvoerende oppervlakken aan ontvangende infiltratievoorzieningen of rioolputten of -leidingen.

Op basis hiervan kunt u in stap IV een simulatie opzetten door het systeem hydraulisch te belasten met neerslag, DWA, infiltratie of lozingen vanuit andere systemen.

In stap III wordt beschreven:

  • hoe om te gaan met afstromingsprocessen bij verschillende modelconcepten en de bijbehorende parameterwaarden;
  • de schematisering van onderdelen in een hydraulisch rekenmodel;
  • uitwisseling tussen systeemonderdelen, zoals terugstroming vanuit oppervlaktewater of de invloed van grondwaterstand op IT-riolen;
  • te gebruiken default parameterwaarden van hydraulische componenten.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel