De kenmerken van een riooloverstort hebben grote invloed op het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Hierdoor moet de kwaliteit van deze gegevens een slag beter zijn dan die van de gewone rioolleidingen en -putten. Idealiter beschikt de beheerder over recente inmetingen van de overstortputten, waarbij ten minste goed is vastgelegd:

  • de lengte van de overstortmuur (in de volksmond ook wel breedte van de overstort genoemd) (1 cm nauwkeurig)*;
  • de hoogte van de overstortdrempel ten opzichte van NAP (1 cm nauwkeurig, idealiter 0,5 cm nauwkeurig)*;
  • de hoogteverschillen van de overstortdrempel als deze niet waterpas ligt;
  • de vrije hoogte boven de overstortdrempel (binnen-bovenkant overstortput);
  • de vrije ruimte achter de overstortdrempel;
  • de vorm van de overstortdrempel (recht, U-vorm, cirkel, rechthoekig);
  • de diameter en lengte van de uitstroomleidingen*;
  • (bij afwatering via kleine, tertiaire watergangen met kleine duikers:) de hydraulische kenmerken van het tracé tot de hoofdwatergang.

De gegevens met een * staan meestal in de rioolbeheersystemen, de overige gegevens kunt u soms afleiden uit een puttenboek als dat voor een meetplan is opgesteld. Als beide informatiebronnen ontbreken, is een inmeting in het veld noodzakelijk. Een 3D-putscan is tegenwoordig een kosteneffectief alternatief voor handmatig inmeten en intekenen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel