In het rioolmodel zijn uitlaten rioolbuizen die niet eindigen bij een rioolput maar in het oppervlaktewater of in een lozingsconstructie. Zolang de uitstroomconstructie geen extra hydraulische weerstand oplevert, volstaat deze schematisering en zijn geen andere gegevens nodig dan de locatie en geometrie van de uitlaat. Net als bij overstorten moet u wel controleren of de ontvangende watergang geen beperkende factor is voor het hydraulisch functioneren.

Indien uitlaten zijn voorzien van een schuif, terugslagklep, overstortmuur of grofvuilrooster kan het wel nodig zijn om deze op te nemen in het rekenmodel om zo het hydraulisch gedrag van deze voorzieningen mee te kunnen modelleren. In dat geval moet u deze gegevens halen uit het beheerpakket of uit revisietekeningen, of u moet ze opnieuw (laten) vaststellen met een veldinventarisatie, eventueel gevolgd door inmeten.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel