De verschillende inspectietechnieken voor het hydraulisch functioneren zijn (in alfabetische volgorde):

  • 3D-laserscanning en 3D-putinspectie: met een laser brengt de inspecteur driedimensionaal de afmetingen en de conditie van de leiding of put in beeld.
  • ATU-meting: een drijvende en een zinkende druksensor meten de hoogteligging en slibdikte van het stelsel.
  • Debietmeting: een debietmeter meet de hoeveelheid water die door de leiding of put stroomt.
  • Hellingshoekmeting: een op een rijdende camera gemonteerde elektronische waterpas meet de helling van de leiding.
  • Laserprofiling: de inspecteur legt de geometrie van de buis vast door een ring van laserlicht op de buiswand te schijnen.
  • Slibdiktemeting in putten: de inspecteur meet hoeveel slibafzetting er in de put is.
  • Tracers: tracers zijn kleine objecten die zich laten meevoeren met de stroming. Door deze uit te lezen, weet de inspecteur hoe hard het water stroomt.
  • Waterdichtheidsmeting: door de leiding tijdelijk af te sluiten en enige tijd leeg dan wel vol te laten staan, meet de inspecteur hoeveel grondwater het stelsel binnendringt (infiltratie) of hoeveel afvalwater uit het stelsel lekt (exfiltratie).
  • Waterpassing: de inspecteur meet in de put de hoogte van de op de put aangesloten rioolleidingen.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel