Algehele beoordeling

In figuur A ziet u op hoofdlijnen de resultaten van de beoordeling uit 2015. De meeste KRW-waterlichamen in Nederland voldoen niet aan de gewenste waterkwaliteit. Bij ruim de helft van de waterlichamen is de chemische waterkwaliteit onvoldoende. De ecologische waterkwaliteit is bijna overal matig tot slecht, slechts drie van de 711 waterlichamen halen de score goed.

Figuur A Beoordeling kwaliteit oppervlaktewater volgens de KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Chemische waterkwaliteit

Bij 62% van de waterlichamen is de chemische waterkwaliteit onvoldoende (zie figuur B). Bij de vorige beoordeling in 2009 was dat nog 30%. Deze verslechtering komt doordat sommige normen zijn aangescherpt. Bij de meeste wateren gaat het maar om een of twee stoffen (van de lijst van 45) die niet aan de norm voldoen. Bij 17% van de wateren gaat het om drie of meer stoffen.

Figuur B Chemische waterkwaliteit volgens KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

In figuur C ziet u de beoordeling van de chemische waterkwaliteit op kaart. Landelijk gezien zijn de grootste probleemstoffen op de lijst (met de laagste percentages voldoet) fluorantheen, benzo(a)pyreen en andere PAK, kwik, tributyltin en nikkel.

Figuur C Beoordeling chemische waterkwaliteit volgens de KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Ecologische waterkwaliteit: overzicht

De ecologische waterkwaliteit is bijna overal matig tot slecht. Slechts drie van de 711 waterlichamen (0,4%) halen de score goed (zie figuur A). Figuur D toont de beoordeling van de ecologische waterkwaliteit op kaart.

Figuur D Beoordeling ecologische waterkwaliteit volgens de KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Ecologische waterkwaliteit: biologie

De biologische kwaliteit van het oppervlaktewater is bij 34 van de 711 waterlichamen (5%) goed (zie figuur E). Bij alle andere waterlichamen is de biologische kwaliteit dus onvoldoende. Per maatlat (vissen, waterplanten, macrofauna en algen) liggen de percentages beduidend hoger, maar slechts bij 5% van de waterlichamen scoren alle vier de maatlatten goed.

Figuur E Biologische waterkwaliteit volgens de KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Ecologische waterkwaliteit: fysische chemie

De fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater is bij 196 van de 711 waterlichamen (28%) goed (zie figuur F). Bij de andere waterlichamen is de kwaliteit dus onvoldoende. Per parameter liggen de percentages beduidend hoger. Zo krijgt meer dan 93% van de wateren het oordeel goed voor zuurstofverzadiging.

Figuur F Fysisch-chemische waterkwaliteit volgens de KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Ecologische waterkwaliteit: specifiek verontreinigende stoffen

Voor de overige relevante verontreinigende stoffen voldoet 15% van de waterlichamen aan de gestelde doelen en 85% dus niet (zie figuur G). Vaak overschrijdt maar een klein aantal stoffen de norm: bij 50% van de waterlichamen zorgen een of twee stoffen voor een overschrijding, terwijl bij 10% van de waterlichamen vijf of meer stoffen de norm overschrijden. Het maximumaantal stoffen dat de norm overschrijdt, is tien. Dit komt voor bij twee waterlichamen. Van de 78 stoffen op de lijst komen 50 stoffen nooit boven de norm.

Landelijk gezien zijn de grootste probleemstoffen op de lijst (met de laagste percentages voldoet) uranium, seleen, benzo(a)antraceen, zink, ammonium en kobalt.

Figuur G Beoordeling op overige relevante verontreinigende stoffen volgens de KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Belangrijke oorzaken onvoldoende waterkwaliteit in 2015

De belangrijkste oorzaken van de matige tot slechte kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater zijn:

  • persistente stoffen met (te) hoge concentraties door emissies in het verleden;
  • vermesting met de nutriënten stikstof en fosfor;
  • inrichting van het water. De meeste beken zijn rechtgetrokken en hebben een strakke oever met weinig natuurlijke habitats voor planten en dieren. De meeste meren en kanalen hebben een harde oever van steen, waardoor het oeverecosysteem nauwelijks tot ontwikkeling komt. Het waterpeil is vrijwel altijd een vastgesteld peil, wat de natuurlijke dynamiek beperkt;
  • versnippering door de aanwezigheid van gemalen en stuwen. Vissen kunnen nauwelijks migreren. Aanleg van vispassages moet dit verbeteren;
  • bestrijdingsmiddelen zorgen voor sterfte, vooral door piekbelasting sterven veel watervlooien.

In de stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021 hebben Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten aangegeven welke maatregelen zij gaan treffen om de kwaliteit van het water te verbeteren. De volgende KRW-beoordeling van de waterkwaliteit in Nederland zal vlak voor de volgende (en laatste) planperiode 2022-2027 zijn.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel