De Europese Kaderrichtlijn Water (richtlijn 2000/60/EG) is sinds eind 2000 van kracht. Doel van de KRW is om de Europese wateren in een goede toestand te krijgen en om in heel Europa duurzaam met water om te gaan. De bescherming van water heeft zowel betrekking op kanalen, rivieren, meren en kustwateren als op grondwater. De informatie op deze pagina's heeft hoofdzakelijk betrekking op oppervlaktewater.

Geschiedenis en planperioden

Volgens de richtlijn moest de goede toestand in Europese wateren in 2015 zijn bereikt. In de periode 2000-2009 hebben de lidstaten de tijd gekregen om stroomgebiedbeheerplannen (sgbp’s) en maatregelenprogramma's op te stellen. In de periode 2009-2015 (1e planperiode) moesten de lidstaten deze plannen implementeren. In de richtlijn was al voorzien dat mogelijk niet alle doelen per 2015 gehaald konden worden. De termijn waarop alle wateren in orde moesten zijn, kon worden verlengd met maximaal twee planperioden van elk zes jaar tot uiterlijk 2027 (2e planperiode: 2016-2021, 3e planperiode: 2022-2027).

KRW-wateren: categorie, typering en stroomgebieden

De KRW geldt niet voor álle oppervlaktewateren in Nederland, maar alleen voor de zogenaamde KRW-wateren. Dat zijn de relatief grotere wateroppervlakken in Nederland: kanalen en meren in het westen en noorden van het land, en beken en riviertjes in het oosten en zuiden. Alle 711 KRW-wateren behoren tot een categorie op basis van hun inrichting: (1) natuurlijk, (2) sterk veranderd of (3) kunstmatig. In Nederland zijn nauwelijks natuurlijke waterlichamen aanwezig, het merendeel is van de typen sterk veranderd of kunstmatig. Elk KRW-water is verder getypeerd op basis van hydromorfologie, type bodem, chloridegehalte en alkaliniteit . Deze indeling is van belang omdat de eisen, referenties en maatlatten vanuit de KRW verschillen per type waterlichaam.

Alle KRW-wateren maken onderdeel uit van een bepaald stroomgebied. Nederland is ingedeeld in vier stroomgebieden: Maas, Rijn, Schelde en Eems. Het stroomgebied Rijn kent drie deelstroomgebieden: Rijn-Noord, -Oost en -West. Binnen elk stroomgebied werken provincies, gemeenten, waterschappen en Rijkswaterstaat verplicht samen aan het KRW-doel.

Ook voor niet-KRW-wateren (zoals de meeste stadswateren, sloten, vennen) is de KRW relevant. Voor deze wateren wordt veelal de KRW-systematiek of KRW-taal gebruikt voor bijvoorbeeld het afleiden van waterkwaliteitsdoelen. Meer informatie vindt u op de pagina Oppervlaktewater in Nederland: stroomgebieden, KRW-water en KRW-typen.

Referenties en maatlatten

De KRW schrijft voor dat de toestand van een waterlichaam moet worden beoordeeld ten opzichte van een referentie (= de hoogst bereikbare ecologische kwaliteit). Voor natuurlijke wateren heet de referentie de Zeer Goede Ecologische Toestand (ZGET). Voor sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen is het Maximaal Ecologisch Potentieel (MEP) de referentie. Het MEP ligt vaak lager dan de ZGET.

De waterkwaliteit wordt beoordeeld langs maatlatten. Er zijn twee maatlatten: een voor natuurlijke wateren en een voor sterk veranderde en kunstmatige wateren. De bovenkant van elke maatlat is de referentie (dus de ZGET en het MEP). De maatlatten zijn ingedeeld in vier of vijf klassen (slecht, ontoereikend, matig, goed en zeer goed). De score langs de maatlat heet de Ecologische KwaliteitsRatio (EKR) en ligt tussen 0 en 1. De KRW schrijft voor dat alle wateren minimaal in de klasse goed moeten zitten. Voor natuurlijke wateren heet dit de Goede Ecologische Toestand (GET) en voor niet-natuurlijke wateren het 'Goed Ecologisch Potentieel' (GEP).

Meer informatie vindt u op de pagina KRW - referenties en maatlatten.

Beoordeling KRW: chemische kwaliteit en ecologische toestand

De KRW-systematiek beoordeelt de waterkwaliteit op twee manieren: de chemische waterkwaliteit en de ecologische toestand van het waterlichaam (zie figuur A).

De chemische kwaliteit is een beoordeling op de aanwezigheid van zogenaamde prioritaire en prioritair gevaarlijke stoffen. Dat zijn stoffen die een groot risico vormen in het watermilieu. Het is een lijst van 33 stoffen vastgesteld in de Richtlijn prioritaire stoffen, die in 2013 is uitgebreid naar 45 stoffen. Deze stoffen worden in alle KRW-waterlichamen in Nederland (en de EU) beoordeeld, ongeachte de status en het watertype. Het gehanteerde principe is one out, all out, dit houdt in dat voor een goede chemische waterkwaliteit álle stoffen moeten voldoen aan de gestelde milieukwaliteitseisen. Meer informatie vindt u op de pagina KRW - chemische waterkwaliteit: prioritaire stoffen.

De beoordeling van de ecologische toestand is complexer en gaat over (1) biologie, (2) fysisch-chemische parameters, (3) relevant verontreinigende stoffen en (4) hydromorfologie. Via het schema in figuur A komt het oordeel over de ecologische waterkwaliteit in een van vijf klassen terecht: slecht, ontoereikend, matig, goed of zeer goed. Per onderdeel wordt weer het one out, all out-principe toegepast, de laagste score is bepalend voor het oordeel. Meer informatie vindt u op de pagina KRW - ecologische toestand: biologie, fysisch-chemisch en overige relevante stoffen.

Figuur A Schema beoordeling waterkwaliteit volgens KRW (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Monitoring, maatregelen en rapportage

De KRW legt de verplichting op om regelmatig te rapporteren over de chemische en ecologische toestand van het (deel)stroomgebied. Dit gebeurt om de zes jaar in stroomgebiedbeheerplannen (sgbps) en tussentijds in factsheets per waterlichaam. In deze rapportages moet ook worden aangegeven welke maatregelen worden genomen om de waterkwaliteit en ecologie te verbeteren.

Om de toestanden in beeld te kunnen brengen, is monitoring nodig. Daarbij is onderscheid in toestand- en trendmonitoring, operationele monitoring en monitoring voor nader onderzoek. De toestand- en trendmonitoring is voor een globale beoordeling van waterlichamen en een langetermijntrend. De metingen betreffen prioritaire stoffen, de algemene fysisch-chemische kwaliteit, ecologie (algen, waterplanten, macrofauna en vissen) en hydromorfologie. De operationele monitoring is bedoeld om de toestand te volgen van waterlichamen die niet op orde zijn. Hierbij hoeven niet alle parameters gemeten te worden. Afhankelijk van de parameter zijn er in Nederland 56 tot 143 meetlocaties voor toestand- en trendmonitoring en 190 tot 438 meetlocaties voor operationele monitoring.

Het is niet altijd eenvoudig te begrijpen waarom de kwaliteit van oppervlaktewater soms goed en soms slecht is. De waterkwaliteit en de ecologie zijn namelijk het resultaat van allerlei factoren die samen bepalen of planten en dieren wel of niet kunnen overleven of juist te veel voorkomen. Maar begrip van het ecologisch functioneren is wel nodig om de juiste maatregelen te kunnen formuleren. Daarom heeft STOWA de Ecologische Sleutelfactoren (ESF) ontwikkeld. Met deze systematiek kan een waterbeheerder alle aspecten van een watersysteem analyseren, kijken waar knelpunten zitten en de juiste maatregelen opstellen.

Waterkwaliteit anno 2015

De laatste keer dat de waterkwaliteit van alle KRW-wateren in Nederland gerapporteerd is, was in 2015 om de stroomgebiedbeheerplannen voor de periode 2016-2021 op te stellen. De eerstvolgende keer zal vlak voor de volgende (en laatste) planperiode 2022-2027 zijn.

In figuur B ziet u op hoofdlijnen de resultaten van de beoordeling uit 2015. De meeste KRW-waterlichamen in Nederland voldoen niet aan de gewenste waterkwaliteit. Bij ruim de helft van de wateren is de chemische waterkwaliteit onvoldoende. De ecologische waterkwaliteit is bijna overal matig tot slecht, slechts drie van de 711 waterlichamen (0,4%) halen de score goed.

De slechte score voor de ecologische waterkwaliteit heeft voor een belangrijk deel te maken met de biologische kwaliteit van het oppervlaktewater. Deze is bij slechts 34 van de 711 waterlichamen goed. Bij alle andere waterlichamen is de biologische kwaliteit dus onvoldoende. Ook de beoordeling op specifieke verontreinigende stoffen speelt een rol: 85% van de waterlichamen krijgt het oordeel onvoldoende.

Meer informatie vindt u op de pagina Huidige oppervlaktewaterkwaliteit in Nederland volgens KRW (2015).

Figuur B Beoordeling kwaliteit oppervlaktewater volgens de KRW in 2015 (Bron: www.clo.nl)Vergroot afbeelding

Meer informatie

De informatie op deze pagina is gebaseerd op het Compendium voor de Leefomgeving, de Helpdesk Water, het Waterkwaliteitsportaal, STOWA (2018a)1, STOWA (2018b)2 en STOWA (2018c)3.


1 STOWA (2018a). Handreiking KRW-doelen, inclusief bestuurlijk-juridisch kader. Rapport 2018-15, STOWA, Amersfoort.
2 STOWA (2018b). Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027. Rapport 2018-49, STOWA, Amersfoort.
3 STOWA (2018c). Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027. Rapport 2018-50, STOWA, Amersfoort.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel