Elke sleutelfactor vertegenwoordigt een belangrijke voorwaarde voor een gezond watersysteem. Een watersysteem kan per sleutelfactor op groen of op rood staan als het systeem wel of niet aan de voorwaarde voldoet waarvoor die sleutelfactor staat. Alle sleutelfactoren samen bepalen de ecologische toestand van het systeem. Met een goed begrip van het ecologisch functioneren:

  • kunnen waterbeheerders haalbare (verbeter)doelen formuleren die aansluiten bij wat gebruikers wensen én bij wat (inter)nationaal beleid verlangt, zoals de Kaderrichtlijn Water;
  • kunnen waterbeheerders maatregelen formuleren die effectief bijdragen om de gestelde doelen te bereiken;
  • kunnen alle waterprofessionals die aan de slag gaan of zijn met ecologie en waterkwaliteit helder met elkaar communiceren.

Van grof naar fijn

Het toepassen van de Ecologische Sleutelfactoren gaat van grof naar fijn: eerst een integrale blik op het gehele systeem en dan (eventueel) inzoomen op specifieke sleutelfactoren die extra van belang lijken. In een eerste stap gebruiken waterbeheerders de Ecologische Sleutelfactoren vooral als checklist om globaal te bepalen wat er speelt in en rond een watersysteem. Als blijkt dat er knelpunten zijn, kunnen ze in een tweede stap een of meerdere sleutelfactoren nader analyseren, bijvoorbeeld door aanvullende metingen te (laten) doen. De sleutelfactoren fungeren zo als gids naar de beschikbare kennis op elk deelgebied van de watersysteemanalyse en verwijzen naar instrumenten, analysemogelijkheden en relevante maatregelen.

Stilstaande en stromende wateren

Nederland kent veel verschillende typen oppervlaktewater. De ESF-methodiek maakt onderscheid tussen stilstaande en stromende wateren. Voor beide typen oppervlaktewater zijn aparte sets sleutelfactoren afgeleid die elkaar deels overlappen. Met stilstaande wateren wordt bedoeld langzaam stromende en stilstaande wateren, zoals kanalen, vaarten, sloten en meren. De uitwerking voor stromend water is gericht op de in Nederland meestvoorkomende typen stromend water (langzaam stromende riviertjes op zand/klei, typen R4, R5 en R6).

ESF voor stilstaande wateren

Voor veel stilstaande waterlichamen is de terugkeer van ondergedoken waterplanten de eerste stap op weg naar herstel van de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit in bredere zin. Er zijn drie basisvoorwaarden voor de terugkeer van ondergedoken waterplanten:

Vervolgens zijn er drie aanvullende voorwaarden die in sterke mate bepalen of sommige soorten oeverplanten en vissen wel of niet kúnnen terugkeren in het watersysteem:

Ook als deze eerste zes sleutelfactoren op groen staan, kunnen specifieke omstandigheden ervoor zorgen dat een watersysteem ecologisch tóch niet goed functioneert. Het gaat voor stilstaande wateren om: 

Tot slot biedt de SF-m9 Context een basis voor een belangenafweging op een hoger niveau. Daarbij gaat het om de vraag welke functies het water nog meer heeft en hoe de ecologie van een watersysteem is te verbeteren rekening houdend met de verschillende functies van dat watersysteem.

Figuur A geeft een overzicht van de negen ESF voor stilstaande wateren.

Figuur A Ecologische Sleutelfactoren voor stilstaande wateren (Bron: STOWA, 20181)Vergroot afbeelding

ESF voor stromende wateren

Voor stromende wateren is de benadering iets anders dan voor stilstaande wateren om beter aan te sluiten bij (internationaal) gangbare methoden. Voor stromende wateren zijn negen sleutelfactoren benoemd op het ‘kruispunt’ van stressoren (‘pressures of menselijke drukken) en milieufactoren. De tiende sleutelfactor heeft weer betrekking op de omgeving. De ESF zijn geordend op basis van het schaalniveau waarop ze hoofdzakelijk werkzaam zijn: het stroomgebied of het traject.

Stroomgebied

Bij het stroomgebied gaat het om factoren die betrekking hebben op het hele intrekgebied en om factoren in de waterloop die bepalend zijn voor de ecologische toestand van het hele stroomgebied. Op het schaalniveau van het stroomgebied zijn er zes sleutelfactoren: twee hebben betrekking op de hydrologie (ESF-r1 Afvoerdynamiek en ESF-r2 Grondwater), een op de mate van verbinding binnen het watersysteem (ESF-r3 Connectiviteit) en twee op de waterkwaliteit (ESF-r4 Belasting en ESF-r5 Toxiciteit). Net als voor stilstaande wateren is de afweging tussen doelen en functies opgenomen als aparte sleutelfactor (SF-r10 Context), die ook betrekking heeft op het hele stroomgebied.

Traject

Op trajectniveau gaat het om factoren die betrekking hebben op de beek zelf en de oevers ernaast. Het traject betreft een uniform deel van het stroomgebied ter grootte van enkele honderden meters of enkele kilometers. Op dit schaalniveau zijn er vier sleutelfactoren: ESF-r6 Natte doorsnede & ESF-r9 Stagnatie en ESF-r7 Bufferzone & ESF-r8 Waterplanten.

Figuur B geeft een overzicht van de tien ESF voor stromende wateren. Hierin zijn de sleutelfactoren op een andere manier ingedeeld naar basisvoorwaarden (ook wel ESF-cluster Hydrologie en morfologie genoemd), aanvullende voorwaarden (ESF-cluster Bufferzone en waterplanten en ESF-r3 Connectiviteit) en specifieke omstandigheden (ESF-r4 Belasting en ESF-r5 Toxiciteit).

Figuur B Ecologische Sleutelfactoren voor stromende wateren (Bron: STOWA, 20181)Vergroot afbeelding

Meer informatie

De informatie op deze pagina is gebaseerd op STOWA (2018)1. Via de STOWA-website zijn achtergrondrapporten beschikbaar die de Ecologische Sleutelfactoren en hun onderlinge samenhang verder uitleggen. De animatie hieronder licht het werken met Ecologische Sleutelfactoren toe.


1 STOWA (2018). Ecologische Sleutelfactoren voor stilstaande en stromende wateren. Informatiebladen. Rapport 2018-24, STOWA, Amersfoort.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel