Figuur A ESF-m4 (Bron: STOWA)Vergroot afbeelding

De terugkeer van onderwaterplanten is voor veel wateren de eerste stap naar herstel van de water- en ecologische kwaliteit. De belasting met nutriënten in het water mag daarvoor niet te hoog zijn (ESF Productiviteit water), er moet voldoende licht op de waterbodem kunnen komen (ESF Lichtklimaat) en er mogen niet te veel nutriënten in de waterbodem zitten (ESF Productiviteit bodem). Als deze eerste drie Ecologische Sleutelfactoren op groen’ staan, is in principe voldaan aan de voorwaarden voor een goed ecologisch watersysteem met een gezonde flora en fauna.

Habitatcondities voor flora en fauna

Welke soorten vissen en macrofauna daadwerkelijk (gaan) voorkomen, hangt vervolgens af van drie aanvullende voorwaarden. Eén daarvan is habitatgeschiktheid. De ESF Habitatgeschiktheid gaat over het belang van habitatcondities op de aanwezigheid van specifieke soortgroepen of levensgemeenschappen in stilstaande watersystemen. Of planten en dieren zich thuisvoelen, hangt onder meer af van: het type ondergrond (substraattype), de vorm van het onderwatertalud, de chemische samenstelling van het water en de bodem, waterpeilfluctuaties en waterbeweging veroorzaakt door wind en golfslag. Het geheel van deze fysieke parameters heet de habitatstructuur. Als de ESF Habitatgeschiktheid niet voldoet (op rood' staat), kan geen stabiele populatie van de gewenste planten en dieren in het watersysteem ontstaan.

Analyse en instrumenten

Mogelijke knelpunten in de habitatgeschiktheid van een watersysteem zijn te beoordelen met een analyse-instrument in Excel. Als eerste informatie is nodig over het type watersysteem (meer/plas, lijnvormig of een combinatie) en de geometrie per zone (diep, ondiep, oeverzone). Vervolgens moeten de huidige en beoogde ecosysteemtoestand ingevoerd worden. Het analyse-instrument gebruikt hypothetische ecosysteemtoestanden, gekenmerkt door bijvoorbeeld een sterke dominantie van bepaalde soorten of juist een grote verscheidenheid aan soorten. Aan de hand van de huidige toestand (bijvoorbeeld: herbivoordominantie of biotisch troebel) en de beoogde toestand (bijvoorbeeld: lage vegetatie, complex vertakt) geeft het instrument een overzicht van de aan te pakken knelpunten om de beoogde toestand te bereiken.

Figuur B Geschikte habitat? (Bron: Robert Hughan)Vergroot afbeelding

Maatregelen

Een expert moet de knelpunten vertalen naar mogelijke maatregelen. Typische maatregelen zijn:

  • natuurvriendelijke oevers aanleggen;
  • een ander waterpeilbeheer;
  • baggeren om de structuur te verbeteren.

Meer informatie

De informatie op deze pagina is gebaseerd op STOWA (2018a)1 en STOWA (2018b)2. Via de STOWA-website zijn meer achtergrondrapporten beschikbaar.


1 STOWA (2018a). Ecologische Sleutelfactoren voor stilstaande en stromende wateren. Informatiebladen. Rapport 2018-24, STOWA, Amersfoort.
2 STOWA (2018b). Uitwerking ESF habitatgeschiktheid. Rapport 2018-04, STOWA, Amersfoort.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel