Figuur A ESF-cluster Hydrologie en morfologie (Bron: STOWA)Vergroot afbeelding

De stroomsnelheid en het waterpeil hebben bij stromend water direct invloed op de aanwezigheid van planten en dieren in het watersysteem. De (variaties in) stroomsnelheid (sturen) stuurt het transport van bodemmateriaal, zoals zand, slib en bladeren. Als water bijvoorbeeld langzaam stroomt, kan slib zich op de bodem ophopen. Dit beïnvloedt de vorming van het materiaal op de waterbodem (het bodemsubstraat) dat ook weer direct invloed heeft op de aanwezigheid van planten en dieren. De stroomsnelheid en het waterpeil worden weer beïnvloed door factoren als afvoergrootte, het verhang, het dwarsprofiel en de weerstand die het water ondervindt door bijvoorbeeld stuwen en planten.

Invloed stroomsnelheid en waterpeil op ecologie

De vragen die dit ESF-cluster beantwoordt, zijn: vormen de stroomsnelheid en het waterpeil een probleem voor de ecologie? En zo ja, welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag? Hiervoor wordt gekeken naar een aantal factoren die samenhangen met de afvoer, het verhang, het dwarsprofiel (natte doorsnede) en de weerstand (stagnatie). Informatie over de toestand van het watersysteem voor deze aspecten wordt gecombineerd met informatie over mogelijke knelpunten. Zo ontstaat een beeld van welke maatregelen mogelijk zijn.

Analyse en instrumenten

De analyse is met een quickscan, een globale analyse en een nadere analyse uit te voeren.

Quickscan

De quickscan analyseert toestandsvariabelen die meestal al beschikbaar of makkelijk te verkrijgen zijn, zoals bestaande studies, kaarten, modellen of een eerste veldbezoek. De quickscan geeft een eerste beeld van het hydrologisch en morfologisch functioneren van het stroomgebied.

Globale analyse

De globale analyse gaat dieper in op de vier sleutelfactoren die van invloed zijn op de toestandsvariabelen. Hierbij worden enkele eenvoudig te bepalen parameters en grenswaarden gebruikt en het Handboek Ecohydrologische Systeemanalyse Beekdallandschappen (STOWA, 2017) 1 en het Handboek Geomorfologisch Beekherstel (STOWA, 2015)2.

Nadere analyse

De nadere analyse is een gedetailleerde analyse van de afvoer- en morfodynamiek op basis van bestaande instrumenten en technieken. Voorbeelden zijn het analyseren van de hydrologie van stroomgebieden (het opstellen van een waterbalans) en het beschrijven en analyseren van de hydraulica, erosie en sedimentatie in SOBEK.

Figuur B Stromend oppervlaktewater in Limburg (Bron: GAW)Vergroot afbeelding

Maatregelen

De invloedfactoren afvoer, verhang, dwarsprofiel en weerstand geven richting in de zoektocht naar maatregelen. Mogelijke maatregelen zijn:

  • de basisafvoer vergroten door water in het stroomgebied (langer) vast te houden (sponswerking);
  • het dwarsprofiel verkleinen door een nieuwe loop te graven of zand in te brengen;
  • de weerstand verkleinen door stuwen te verwijderen;
  • de weerstand in het dwarsprofiel vergroten door houtpakketten in de waterloop aan te brengen.

Meer informatie

De informatie op deze pagina is gebaseerd op STOWA (2018a)3 en STOWA (2018b)4. Via de STOWA-website zijn meer achtergrondrapporten beschikbaar.


1 STOWA (2017). Handboek ecohydrologische systeemanalyse beekdallandschappen. Rapport 2017-05, STOWA, Amersfoort.
2 STOWA (2015). Handboek geomorfologisch beekherstel : leidraad voor een stapsgewijze en integrale ontwerpaanpak. Rapport 2015-02, STOWA, Amersfoort.
3 STOWA (2018a). Ecologische Sleutelfactoren voor stilstaande en stromende wateren. Informatiebladen. Rapport 2018-24, STOWA, Amersfoort.
4 STOWA (2018b). Ecologische Sleutelfactoren stromend water. Tussenrapportage Hydrologie en morfologie. Rapport 2018-57, STOWA, Amersfoort.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel