Bij tunnels bepalen het afvoerende oppervlak, de berging en de afvoercapaciteit van het tunnelgemaal de waterhuishouding. Omdat ze lager liggen dan de omgeving, voeren tunnels meestal niet onder vrij verval af naar de riolering en hebben ze geen overlaatvoorziening. Rioleringstechnisch gezien zijn het dus absolute stelsels. Zeker in belangrijke verkeersaders is het van groot belang dat tunnels altijd beschikbaar zijn en dus geen wateroverlast ondervinden. In de Stresstest Klimaatbestendigheid moeten gemeenten toetsen of belangrijke tunnels bij extreme buien beschikbaar blijven.

Afvoerend oppervlak

De neerslag die afstroomt van het afvoerende oppervlak bepaalt de hydraulische belasting bij tunnels. Het afvoerende oppervlak hoort beperkt te zijn tot de afritten en de taluds van de tunnel. Om te voorkomen dat ook water van een groter gebied naar de tunnel afstroomt, ligt er vaak een drempel voor de afritten, vergelijkbaar met drempels die moeten voorkomen dat souterrains onderlopen. Maar in de praktijk komt het ook voor dat dergelijke maatregelen ontbreken of onvoldoende zijn. Bij hevige neerslag voert dan een veel groter gebied af naar de afritten en de tunnelbak. In dat geval kan de geïnstalleerde pompcapaciteit onvoldoende zijn om al het water af te voeren en daardoor kan overlast ontstaan. Het (tijdelijk) ontbreken van een volledige waterscheiding is vaak de reden dat tunnels in Nederland onderlopen. Bij modellering van een tunnel in een maatgevende situatie moet u dus controleren of het afvoerende oppervlak beperkt is tot de afritten en taluds, of dat een groter gebied kan afvoeren. U kunt daarvoor gebruik maken van een maaiveldmodel op basis van een digitale hoogtekaart.

Figuur A Auto vastgelopen in ondergelopen tunnel. Bron: Nu.nl.Vergroot afbeelding

Te gebruiken modellen

Tunnels zijn relatief eenvoudig te modelleren in een reservoirmodel. In Raintools kunt u de kenmerken van de tunnel invoeren en maatgevende neerslagsituaties doorrekenen. Om de invloed van een tunnelgemaal op de ontvangende riolering te bepalen, kunt u het reservoirmodel van de tunnel als onderbemaling opnemen in het strengenmodel van de riolering. Omdat het een absoluut stelsel betreft, kunt u de modellering verder vereenvoudigen door de tunnel zelf helemaal niet te modelleren, maar het afvoerende oppervlak direct naar de ontvangende riolering te laten afvoeren. U onderschat dan de afvoervertraging van het tunnelgemaal, maar deze is verwaarloosbaar bij een tunnelgemaal met een voldoende hoge capaciteit. Richtlijnen voor de afvoercapaciteit van tunnelgemalen gaan uit van 240 l/(s*ha) ofwel 86 mm/h.

Figuur B Schematisering tunnel in RaintoolsVergroot afbeelding
 
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel