Het functioneren van het oppervlaktewatersysteem is primair de taak van de waterschappen. Maar in de stad is het functioneren van het watersysteem niet los te zien van het grondwatersysteem en de vrijvervalriolering . Riooloverstorten verbinden de vrijvervalriolering met het oppervlaktewatersysteem, waardoor deze elkaar beïnvloeden. De waterstand in het watersysteem heeft directe invloed op de grondwaterstanden en daarmee op de gemeentelijke zorgplicht. Gemeenten moeten dus weten hoe het oppervlaktewatersysteem functioneert. Dit kan betekenen dat u een model van het watersysteem moet opstellen en doorrekenen.

Te gebruiken modellen

Voor het modelleren zijn oppervlaktewatersystemen vergelijkbaar met vrijvervalrioolsystemen. Een modelleringspakket dat het hydraulisch functioneren van een vrijvervalriolering kan doorrekenen, kan meestal ook een watersysteem doorrekenen. De verschillen ziet u in tabel A. Oppervlaktewatersystemen in Nederland kunt u onderverdelen in bemalen (polder)systemen en wateren die onder vrij verval afvoeren (beken en rivieren).
 

Tabel A Verschillen tussen riolering en stedelijk oppervlaktewatersysteem.
Riolering Oppervlaktewatersysteem
Hoge stroomsnelheden Lage stroomsnelheden
Kleine wandruwheid rioolbuizen Grote en variabele ruwheid waterbodem
Soms interactie met grondwater
(infiltratie en drainage)
Altijd interactie met
grondwater (infiltratie en drainage)
Soms vrije waterspiegel,
soms volledig gevulde buizen
Altijd vrije waterspiegel
Grote peilverschillen Beperkte peilverschillen in polders,
grote peilverschillen in beken en rivieren
Snelle dynamiek (tijdschaal
seconden tot minuten)
Langzamere dynamiek
(tijdschaal minuten tot dagen) 

Buiten bestek van de Kennisbank

Het modelleren en doorrekenen van oppervlaktewatersystemen is onderdeel van de Kennisbank voor zover er een directe relatie is met de riolering of andere (hemelwater)voorzieningen in de stad. Het doorrekenen van een regionaal stroomgebied of een poldersysteem valt buiten het bestek. Meer informatie hierover vindt u bij STOWA, bijvoorbeeld STOWA-rapport 2018-68 1. U vindt daar ook meer informatie over hoe u de modelparameters voor het rekenmodel van een oppervlaktewatersysteem kiest.


1 STOWA 2018-68. Wat is minimaal nodig om een gebied hydrologisch goed te modelleren? Voorbeeldstudie: veenweide met dorpskern.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel