In de stedelijke hydrologie hebt u te maken met het oppervlaktewatersysteem, het geheel van sloten, beken, andere waterlopen, plassen en meren. Hierbij is onderscheid in systemen met een natuurlijke afwatering en systemen met een kunstmatige afwatering.

Kunstmatige afwatering

Polders en boezemsystemen hebben een kunstmatige afwatering (zie figuur A).

Figuur A Kunstmatige afwatering (Bron: Stichting RIONED)Vergroot afbeelding

Polder

Een polder is een door waterkeringen omgeven gebied waarvan de waterstand kunstmatig is te regelen (vast peil). Hierdoor is de waterstand binnen de polder lager dan in het omliggende gebied.

Boezem

Polders worden in het algemeen doorkruist door watergangen.  Een boezem is een aaneengesloten stelsel van (vaak) hogerliggende watergangen, een soort 'vergaarbak'. Wanneer de boezem niet op een natuurlijke manier kan lozen, zorgt een boezemgemaal hiervoor. In geval van natuurlijke lozing wordt het boezemwater via een spuisluis geloosd.

Streefpeil (boezempeil)

Hoewel het boezemwater geen vast peil heeft, streeft de waterbeheerder wel naar een bepaald peil: het streef- of boezempeil.

Bij een natuurlijke afwatering stroomt het overtollige water onder vrij verval uit de boezem naar de ontvangende waterloop. De waterstand wordt bepaald door de waterstand in de ontvangende waterloop of de hoogte van eventuele tussenliggende stuwen.

De waterschappen waken over de meest optimale waterpeilen in de waterlopen. Als er veel neerslag valt, mag het water niet te hoog staan en als het een lange tijd droog is, mag het peil niet te ver zakken.

Zomer- en winterpeil

De waterstand in oppervlaktewater is onder vrij verval te regelen met stuwen, schuiven, kleppen en doorlaten. In de zomer is meer behoefte aan water voor de groei van planten en bomen in de natuur en voor landbouwgewassen. Ook is de verdamping in de zomer groter dan in de winter. Hierdoor daalt de waterstand in sloten en vaarten. Daarom stellen de meeste waterschappen een zomerpeil in, dat hoger is dan het winterpeil. Het zomerpeil geldt meestal voor de periode van 1 mei - 1 november en het winterpeil van 1 november tot 1 mei. Om schade aan de oevers te voorkomen, verhoogt de waterbeheerder het winterpeil meestal geleidelijk naar het zomerpeil.

Peilbesluit

Hoe hoog of laag het peil in de waterlopen mag zijn, heeft de waterbeheerder vastgelegd in peilbesluiten en. Het peilbesluit is een inspanningsverplichting waar de waterbeheerder zich voor inzet. Het peil in het peilbesluit geldt voor ‘normale’ omstandigheden, onder extreme situaties kan de waterbeheerder er tijdelijk van afwijken.

Bekijk een voorbeeld van een peilbesluitkaart.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel