Neerslagpatroon

Gemiddeld valt er circa 850 mm aan neerslag per jaar en regent het 8% van de tijd. De gemiddelde maandelijkse hoeveelheid neerslag in een zomermaand in De Bilt verschilt weinig van de hoeveelheid in een wintermaand, maar in de wintermaanden duurt de neerslag wel gemiddeld twee keer zo lang als in de zomer. In de zomer valt de regen in veel kortere tijd, vaak tijdens zware buien. Door hoogteverschillen en overgangen tussen land en uitgesterkt oppervlaktewater verschillen lokale neerslaghoeveelheden. Met een westenwind stijgt de lucht bijvoorbeeld tegen de Veluwe gedwongen omhoog. Daarbij koelt de lucht af en kunnen zich wolken vormen, waaruit het ook kan gaan regenen. Aan de andere kant van de heuvels valt gemiddeld minder neerslag (KNMI).

Neerslagextremen

Extreme neerslag is te definiëren op grond van de hoeveelheid en duur (neerslag boven een bepaalde drempelwaarde) en in termen van herhalingstijd . Omdat neerslag vele karakteristieken heeft (zoals intensiteit en duur), is er geen eenduidige definitie van een extreem. Lokale neerslag van meer dan 25 mm in een uur noemt het KNMI een hoosbui, terwijl het neerslag van meer dan 50 mm in één dag aanduidt met 'een dag met zware neerslag'. Waarden boven de 50 mm in een uur en 100 mm in een dag komen in Nederland ongeveer één keer per eeuw voor (KNMI).

Klimaatscenario's

Het KNMI heeft de onderzoeksresultaten voor het wereldwijde klimaat uit het IPCC-rapport (2013) naar KNMI14-klimaatscenario’s voor Nederland vertaald. De KNMI14-scenarios beschrijven samen de hoekpunten waarbinnen de klimaatverandering in Nederland zich, volgens de nieuwste inzichten, waarschijnlijk zal voltrekken. Ze geven de verandering rond 2050 en 2085 weer ten opzichte van het klimaat in de periode 1981-2010.

De vier KNMI14-scenarios verschillen in de mate waarin de wereldwijde temperatuur stijgt (Gematigd en Warm) en de mogelijke verandering van het luchtstromingspatroon (Lage waarde en Hoge waarde). Volgens de KNMI‘14-klimaatscenario’s worden de zomers rond 2050 1 tot 2,3 °C warmer. In de winter neemt de gemiddelde neerslag tussen de 3 en 17% toe, terwijl de zeespiegel rond 2050 tussen de 15 tot 40 cm is gestegen. Het KNMI verwacht dat extremen in uurneerslag meer toenemen dan die van de dagneerslag. Het instituut voorziet voor extreme buien een intensiteitstoename van 14% per graad temperatuurstijging. Dit betekent dat de kans op een bui met 20 mm of meer verdubbelt.

Naar aanleiding van de geplande publicatie van het volgende IPCC-rapport in 2021 zijn nieuwe KNMI-scenario's in ontwikkeling. In het achtergrondartikel KNMI-klimaatscenario’s op de KNMI-site leest u meer over de ontwikkeling van de nieuwe klimaatscenario's. Voor het rekenen met klimaatscenario's wordt verwezen naar het onderdeel van de kennisbank rekenen met klimaatverandering.

Het is gangbare praktijk om vooralsnog rekening te houden met het zwaarste scenario (scenario Wh, Warm en Hoge verandering van luchtstromingspatroon).

Neerslagkarakteristieken

Voor het toetsen van oppervlaktewatersystemen zijn langdurige buien (dagen) maatgevend, voor het toetsen van rioolstelsels kortdurende buien (minuten/uren). In 2019 heeft het KNMI de neerslagkarakteristieken voor korte duren geactualiseerd en in opdracht van STOWA de neerslagstatistiek en -reeksen voor waterbeheerders . De laatste bevat een basisstatistiek voor korte en lange duren, een regionale statistiek voor duren vanaf één dag en een toekomststatistiek. Deze statistieken gelden voor een locatie (een punt). Op een gebied valt gemiddeld minder neerslag dan op een locatie. Daarom is ook een statistiek van extreme gebiedsneerslag afgeleid, speciaal bedoeld voor stroomgebieden (rivierbekkens).

Herhalingstijden extremen

De kans op extreme neerslaghoeveelheden wordt uitgedrukt in een herhalingstijd voor een specifieke plek. In De Bilt valt bijvoorbeeld eens per tien jaar in twaalf uur tijd minstens 46 mm neerslag. Een neerslaghoeveelheid van 46 mm in twaalf uur tijd heeft dus een herhalingstijd van tien jaar voor dit specifieke KNMI-meetstation. Maar de herhalingstijd voor een specifiek punt betekent niet dat deze ook geldt voor een groter gebied. Onderzoek van radarbeelden over de periode van 2008 tot en met 2016 laat zien dat een uursom van minimaal 60 mm (herhalingstijd van circa 100 jaar) op een vierkante kilometer meer dan 70 keer per jaar ergens in Nederland valt. Een bui van meer dan 80 mm valt gemiddeld een kleine 10 keer per jaar ergens in Nederland (Bron: KNMI).

Meer informatie

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel