In het huidige waterbeleid is veel aandacht voor het vasthouden van gebiedseigen water. Hiervoor worden waterbergingsgebieden en ruime natuurlijke oevers aangelegd, die ook de natuurwaarde vergroten. Ongewild leidt deze ontwikkeling soms ook tot problemen. Met name (zeer) ondiep en stilstaand water warmt snel op, waardoor de kans op waterkwaliteitsproblemen toeneemt. Door de gunstige condities voor broedplaatsen kunnen bovendien muggenplagen ontstaan. Daarnaast ligt bij de introductie van open water in gebieden waar bewoners er niet aan gewend zijn, verdrinkingsgevaar op de loer. Afhankelijk van de toegankelijkheid, inrichting en toestand van het open water kan dit risico klein of groot zijn.

Opwarming van oppervlaktewater

Door de klimaatverandering neemt het aantal zomerse en tropische dagen toe, wat gevolgen heeft voor het oppervlaktewater. Tijdens lange warme perioden kan met name stilstaand oppervlaktewater sterk opwarmen. Ook bij langdurige droogte verdampt veel water, neemt het volume af en warmt water sneller op. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden, met mogelijk ook nadelige effecten voor de ecologie en recreatie. Bij water warmer dan 20 oC neemt ook het risico toe dat er botulisme optreedt wanneer er ergens kadavers van vissen of vogels aanwezig zijn.

De klimaateffectatlas toont de langste aaneengesloten periode van dagen per jaar waarin de watertemperatuur hoger is dan 20°C. Vanaf die temperatuur gedijen (ongewenste) exotische planten en dieren, blauwalgen en andere ziekteverwekkers, en ziekteverspreiders (muggen) goed.

Muggen

Wereldwijd vormen muggen die ziekteverwekkers overbrengen (zoals de malariaparasiet, het denguevirus en het West-Nijl-virus) een groot probleem. In Nederland is dat nog niet aan de orde. Wel komen hier soorten voor die onder bepaalde omstandigheden in staat zijn ziekteverwekkers over te dragen. Uitbraken in andere Europese landen wijzen op de noodzaak om goed voorbereid te zijn. De kans dat een mug een tropische ziekte zoals malaria overbrengt, is nu nog klein, maar dat kan veranderen als het klimaat steeds warmer wordt.

Larven en volwassen muggen

De meeste muggenpopulaties ontwikkelen zich in een woonomgeving  in de buurt van de woning, muggen zijn namelijk geen echte reizigers. Ideale broedplaatsen zijn stilstaand water, zoals een regenton, een verstopte dakgoot, een natte kruipruimte, lege bloempotten of bijvoorbeeld rondslingerend speelgoed. De ontwikkeling van muggenpopulaties en daarmee het risico op gezondheidsproblemen, kunt u beperken door bijvoorbeeld opruim- of opknapacties te organiseren en bewoners voor te lichten. Eenmaal volwassen zijn muggen vooral gevoelig voor wind en droogte. Zo is een snel opdrogende en opwarmende ondergrond onaantrekkelijker dan een vochtregulerende, koelere bodem. Op een parkeerplaats zijn bijvoorbeeld veel minder muggen dan in een naastgelegen parkje van dezelfde omvang.

Muggen in het (afval)watersysteem

Ondergrondse afwateringsystemen (bij onder andere trein en metro) zijn ook vaak uitstekende kweekruimten voor muggen. Zo dook in 2013 de loodgrijze malariamug op in oude gierkelders en niet meer gebruikte rioolbuizen, en in 2017 de tijgermug. Door ondergrondse afwateringsystemen anders in te richten, kunt u deze kweekruimten voorkomen. Bijvoorbeeld door de bassins onbereikbaar te maken voor volwassen muggen om er eitjes te leggen of te zorgen voor voldoende waterbeweging zodat larven niet kunnen opgroeien. Hetzelfde geldt voor de open riolering: bij voldoende doorspoeling zijn er geen problemen, bij langdurig stagnerend water wel. In landelijk gebied fungeren vaak oude mestsilo's en bunkers waarin water staat als ondergrondse muggenkweekruimten.

Muggenplagen voorkomen

Muggenplagen komen meestal voor in gebieden waar door een wisselend oppervlaktewaterpeil veel plasdrassituaties zijn, met kleine, niet voor de roofvijanden van muggenlarven bereikbare watergedeelten. Door dergelijke biotopen te laten opdrogen of tijdelijk onder water te zetten, kunt u het aantal muggen sterk beïnvloeden. Omdat bij open water vooral oevermilieus bepalen hoeveel steekmuggen zich kunnen ontwikkelen, kan ook het beheer daarvan een rol spelen in de regulering. Onderzoeksinstituut Alterra heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken een leidraad ontwikkeld om overlast van muggen vast te stellen of te voorspellen. Ook vindt u hierin mogelijke maatregelen.

Verdrinkingsgevaar

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) worden jaarlijks ongeveer tweehonderd mensen opgenomen in het ziekenhuis na bijna te zijn verdronken. Daarnaast zijn er gemiddeld tachtig dodelijke verdrinkingen per jaar. Onderzoek van Stichting Bouwresearch naar hoe mensen te water raken, heeft weinig informatie opgeleverd om tot effectieve maatregelen te komen (Bouwrijp maken van terreinen, 1984).

Gangbare ontwerptechnische preventiemaatregelen kennen voor- en tegenstanders. Voorstanders van plasbermen stellen dat kinderen in ondiep water eenvoudig het hoofd boven water kunnen houden. Tegenstanders zeggen dat ondiep water kinderen aantrekt als waterspeelplaats, maar dat de grens met het diepere water niet zichtbaar is. Bij een flauw talud kunnen kinderen eenvoudig stoppen, maar het nodigt wel uit tot spelen. Een steil talud schrikt kinderen af, maar áls een kind erop komt, raakt het zeker te water.

Het onderzoek van Stichting Bouwresearch leverde geen bevestiging voor de vooronderstelling dat een bepaald ontwerp of omgevingskenmerk een systematische rol speelt bij verdrinking. Het lijkt in elk geval logisch om duidelijk onveilige situaties in de buurt van water te vermijden, zoals een kleuterschool, een belangrijk voetpad of een tuin zonder afscherming langs het water.

Jonge kinderen en toezicht

Meer recent onderzoek van NL Zwemveilig toont aan dat kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar de belangrijkste risicogroep voor verdrinking vormen. Het gaat met name mis bij het spelen in en om het huis, zoals in bad of in de tuin. Het gebrek aan toezicht op het moment zelf wordt het vaakst genoemd als oorzaak van deze verdrinkingen. 
 

Figuur C Voorkomen of verwijderen van kroos kan bijdragen aan de veiligheid (Bron: Arcadis)Vergroot afbeelding

Kroos wordt aangezien voor gras

Verder zijn er meerdere gevallen bekend dat kroos werd aangezien voor gras, met de dood tot gevolg. Naast voorlichting en proberen om onveilige situaties voor te zijn, zou het voorkómen of verwijderen van kroos kunnen bijdragen aan de veiligheid.
N.B. Er zijn sterke aanwijzingen dat kroos vaker voorkomt in gebieden met foutaansluitingen. Dit kan een extra argument zijn om foutaansluitingen aan te pakken of meer toezicht te houden bij de aanleg van riolering.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel