Grondwatertrap

Een grondwatertrap geeft een indicatie van de absolute grondwaterstand en de fluctuatie hiervan. De trappen zijn gedefinieerd op basis van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ). De GHG geeft een indicatie van de grondwaterstand in de winter over een langere periode, de GLG van de grondwaterstanden in de zomer.

Gemiddelde grondwaterstanden in het veld bepalen

Door verschillen tussen neerslag en verdamping in de winter en zomer fluctueert de grondwaterstand voortdurend. Hierdoor wisselt het lucht- en watermilieu van de grondlagen. Na verloop van tijd verkleuren de grondlagen hierdoor: de hydromorfe profielkenmerken . Deze verkleuring ontstaat hoofdzakelijk door ijzerverbindingen. Vaak kunt u uit de boven- en ondergrens van de zone roest en reductieverschijnselen de grondwaterstand in perioden met veel neerslag vaststellen (winter, GHG-hydromorf) en in perioden met weinig neerslag (zomer, GLG-hydromorf). Oxydatieverschijnselen blijven zeer lang in een profiel zichtbaar, ook nadat de grondwaterstanden structureel zijn veranderd. U ziet dus de historisch hoogste en laagste grondwaterstanden. Die kunnen overeenkomen met de actuele grondwaterfluctuaties maar dat hoeft niet. Bijvoorbeeld bij een permanente daling van de grondwaterstand.

Gemiddeld hoogste en laagste grondwaterstand (GHG en GLG)

Om de grondwaterstanden te berekenen, moet de grondwaterstand voor een periode van minimaal acht hydrologische jaren tweewekelijks gemeten worden. Een hydrologisch jaar loopt van 1 april tot en met 31 maart van het daaropvolgende jaar. Traditioneel werden de grondwaterstanden in de meeste grondwatermeetnetten tweewekelijks gemeten, zo dicht mogelijk bij de 14e en 28e dag van de maand. De definities van de GHG en GLG zijn gebaseerd op deze praktijk. De drie hoogste en de drie laagste grondwaterstanden per hydrologisch jaar worden gebruikt voor de berekening.

  • GHG: (som van de gemeten hoogste grondwaterstanden van de gemeten jaren) / (3 * het aantal jaren).
  • GLG: (som van de gemeten laagste grondwaterstanden van de gemeten jaren) / (3 * het aantal jaren).

Om voor hoogfrequente gegevens een GHG of GLG te kunnen bepalen, is een extra bewerking nodig. Daarbij kunt u er bijvoorbeeld voor kiezen om alleen de metingen van de 14e en 28e dag van de maand te gebruiken, eventueel de meting van 12 uur 's middags als meer dan eens per dag gemeten wordt.

Maatgevende hoogste grondwaterstand (MHG)

De GHG kunt u overigens niet zonder meer gebruiken voor de ontwatering van gebouwen. Om de ontwateringsdiepte onder gebouwen te beschrijven, wordt de GHG statistisch te vaak overschreden. Daarom wordt in praktijk vaak de maatgevend hoogste grondwaterstand (MHG) gehanteerd. De MHG is de grondwaterstand die maximaal een aantal dagen per jaar (bijvoorbeeld drie dagen) wordt overschreden of maximaal gedurende een langere periode (bijvoorbeeld vijftien dagen) per jaar wordt bereikt. De MHG ligt meestal 20 cm boven de GHG.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel