A Algemeen
Hemelwater kan infiltreren via verharding. Deze verharding heeft een zodanige open structuur, dat het water door de voegen of poriën van de verharding kan stromen, zoals bij elementenverharding.

Elementenverharding
Elementenverhardingen kunnen bestaan uit een grote diversiteit aan tegels, klinkers, graskeien of andere materialen. Deze danken hun doorlatende vermogen aan de voegen tussen de elementen. Er zijn ook speciale betonklinkers op de markt. Deze hebben een zodanige korrelopbouw, dat de klinker zelf poreus is en water doorlaat. De deklaag van de klinkers heeft een open structuur. Ze bevatten geen fijne toeslagmaterialen, maar grover materiaal van basalt en grind. Na korte of langere tijd kunnen deze poreuze klinkers verstopt raken. Ze vereisen speciale reinigingsapparatuur.

Graskeien of grastegels zijn elementen van beton of kunststof met een raatstructuur. In de openingen groeit bijvoorbeeld gras. Daar infiltreert het hemelwater.

Afgezien van het grotere doorlatende vermogen verschillen de eigenschappen van een doorlatende verharding niet van een normale verharding. Hemelwater dat op de doorlatende verharding valt, infiltreert direct, zelfs bij zeer hoge neerslagintensiteit. Maar het weglichaam moet zó zijn opgebouwd, dat het de watertoevoer voldoende kan verwerken, eventueel via aanvullende drainage. Is de ondergrond beperkt doorlatend, dan moet het cunet een extra waterbergend vermogen hebben (zie Berekenen infiltratievoorzieningen).

B Toepassing

C1.1

 
Mechanismen

 
Inzameling, berging en infiltratie van hemelwater
(Verticaal) transport onder vrijverval
Opvangen en vasthouden van slib en vuil
C1.2 Neveneffecten
C2.1
 
Geometrie
 
Geen afschot
Geen aparte kolkaansluitingen
C2.2 Stabiliteit Fundering op staal met grondverbetering (zand, grind of granulaat)
C2.3 Voorziening
C3.1
 
Techniek
 
Zorgvuldige uitvoering vereist voor goed resultaat
Aanleg na bouwrijp maken
C3.2 Procedure Beproeving infiltratiecapaciteit
C4.1 Beheer Reinigingsfrequentie afhankelijk van type verharding
Tabel A Reguliere toepassing doorlatende verharding
 

C1.1

Mechanismen

Inzameling verontreinigd hemelwater

C1.2
 

Neveneffecten
 

Schaduwrijke plaatsen verontreinigd (met mos)
Veel of weinig betreden of bereden plaatsen (onkruid)

C2.1

Geometrie

Hoge verkeersbelastingen

C2.2

Stabiliteit

C2.3

Voorziening

C3.1
 

Techniek
 

Bouwfase (voorkomen dichtslibbing)
Beperkte inzet zwaar materieel

C3.2

Procedure

Toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden

C4.1

Beheer

 Tabel B Bijzondere toepassing doorlatende verharding

C Aanbevelingen
U kunt doorlatende verharding meestal goed inpassen in een bestaande situatie. Bovengronds zijn immers geen grote aanpassingen aan de inrichting nodig. Zorg wel voor voldoende doorlatend en bergend vermogen van de wegfundering.

Een doorlatende verharding kunt u zonder afschot laten aanleggen. In de praktijk blijkt dat stratenmakers dit niet gewend zijn en hiermee moeite hebben. Daarom is er toch vaak een klein afschot.

De klinkers komen op een splitlaag. Laat ze aantrillen met een rubberen plaat om beschadiging van de klinker te voorkomen. Een waterdoorlatende klinkerverharding moet een goede kantopsluiting krijgen. De klinkers hebben relatief wijde voegen en liggen in een bed van grof zand. Het verband tussen de klinkers is daarom kleiner dan in een traditioneel aangelegde straat. 

Uit de praktijk blijkt dat een zeer doorlatende verharding in de aanlegfase gemakkelijk verstopt. Dat komt door de vervuiling in de wijk tijdens de bouwfase. Laat de bestrating daarom zo laat mogelijk aanleggen. Daarna mag bouwverkeer de aangelegde bestrating niet meer betreden. Vermijd ook bij de aanvoer en tijdelijke opslag van het materiaal vervuiling met sediment of andere verontreinigingen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel