Neem daarom tijdens het opstellen van een model bij elke versie de volgende kenmerken op:

  • datum waarop u de versie hebt gecreëerd;
  • type model en modelleringsdoel;
  • verwijzing naar de vorige versie waarop u het model hebt gebaseerd;
  • verschillen ten opzichte van de vorige versie, zoals het toevoegen of wijzigen van modelelementen;
  • verwijzingen naar de brongegevens waarop u de modelstructuur en schematisering hebt gebaseerd, zoals een specifieke GWSW -Hydx en/of inventarisatie van het verharde oppervlak;
  • gebruikte versie (versienummer) van het softwarepakket.

Logboek

Rekenprogramma's bieden meestal mogelijkheden om bij elke versie commentaar en verwijzingen in tekstvelden op te nemen. Zorg ervoor dat bovenstaande punten hierin terugkomen, zodat de context van een specifiek model altijd is terug te vinden. Biedt het rekenprogramma onvoldoende mogelijkheden om de informatie op te nemen, houd dan in een apart document een logboek voor het versiebeheer bij. Met dezelfde brongegevens en het logboek moet een andere modelleur uw rekenmodel kunnen reproduceren. Het logboek deelt u als bijlage bij het model met de opdrachtgever.

Overdracht modelinformatie

Wanneer u als modelleur een 'definitief' model als bestand deelt met uw opdrachtgever, vat dan in een apart document de eigenschappen van het model samen. De opdrachtgever heeft vaak niet het benodigde programma om modelbestanden uit te lezen; met de samenvatting weet hij dan welke eigenschappen het model heeft (zie ook stap VIII bij Systeeminformatie en modelkeuze beschrijven).

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel