Grondwateronderlast

Het grondwaterpeil kan door grondwaterwinning voor drinkwater of industrie of door langdurige droogte dalen. Hierdoor kunnen verschillende vormen van grondwateronderlast ontstaan:

  • De grond wordt te droog, waardoor schade aan gewassen ontstaat.
  • Houten (paal)funderingen gaan rotten omdat er lucht bij komt, waardoor gebouwen verzakken.
  • Omdat de waterdruk afneemt, wordt de korreldruk in de bodem groter en kan de grond verzakken.
  • Veenlagen kunnen door oxidatie in dikte afnemen.
  • In de kuststroken kan een (te) lage grondwaterstand tot verzilting (verzouting van de bodem) leiden.

Grondwateronderlast beperken

De kans op grondwateronderlast kunt u beperken door:

  • grondwaterwinningen niet toestaan of stoppen;
  • het oppervlaktewaterpeil te verhogen;
  • lekke riolering te vervangen of waterdicht te maken;
  • te bewaken dat niveauregelaars van eventuele drainagemiddelen op de juiste hoogte staan ingesteld.

Kapotte niveauregelaars

Tijdens een praktijkcontrole van de ontwateringsmiddelen kwam een gemeente tot de ontdekking dat door onderhoudswerkzaamheden in veel putten de niveauregelaars waren afgebroken. Hierdoor bepaalde de hoogte van de drainageleidingen de ontwateringsdiepte en was de grondwaterstand onopgemerkt gedaald.

Bestaande houten funderingen hebben een minimale grondwaterdekking van 10 cm nodig, de normale grondwaterdekking hoort 20 tot 30 cm te zijn. Voor nieuwbouw en paalkopverlaging wordt doorgaans een grondwaterdekking van 50 cm aangehouden (Bron: Wikepedia).

Grondwateroverlast

Een te hoge grondwaterstand kan ook problemen opleveren, zoals beschadiging van verhardingen en funderingen bij vorst (doordat het water bij bevriezing uitzet, wordt de bovengrond opgedrukt). Ook in (oudere) woningen kan een hoge grondwaterstand leiden tot rotte houden vloeren, schimmels en ziektes. Bij schade aan wegen of funderingen is vaak sprake van een te kleine ontwateringsdiepte, waardoor de fundering van het pand of de weg in het grondwater ligt. Alleen bij een extreem hoge (en onvoorziene) grondwaterstand is grondwater de hoofdoorzaak.

Rioolvervanging

Lekke riolering kan werken als drainage. Als bij rioolvervanging de grondwaterstand zich herstelt tot de oorspronkelijke situatie kunnen gebruikers van panden grondwateroverlast ervaren. In hun ogen is de grondwaterstand gestegen, wat schade of overlast oplevert. In werkelijkheid is de oorspronkelijke grondwaterstand hersteld, maar zijn de panden door verouderde materialen niet meer vochtdicht. De panden hebben jarenlang droog gestaan, waardoor het gebrek aan vochtdichtheid onopgemerkt bleef.

Streefwaarden ontwateringsdiepte

In Gangbare toetsingscriteria grondwaterstanden staan veelvoorkomende minimale ontwateringsdiepten. Voor nieuwbouw zijn die vaak makkelijker haalbaar dan voor bestaande situaties omdat de benodigde maatregelen zo ingrijpend dat zijn de ingreep niet meer doelmatig is. In de KNMI '14-klimaatscenario's neemt de neerslag in de winter toe, terwijl de verdamping ongeveer gelijk blijft. Hierdoor neemt de aanvulling van het grondwater in de winter toe, stijgt de grondwaterstand, neemt kwel (uittredend grondwater) toe en wordt daarmee de kans op overlast groter.

Grondwateroverlast beperken

De kans op grondwateroverlast kunt u onder meer beperken door:

  • het object waterdicht te maken;
  • de bodem op te hogen;
  • het oppervlaktewaterpeil aan te passen;
  • bij vervanging van lekke riolering drainage bij te leggen of grondverbetering toe te passen.

Meer informatie in de kennisbank

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel