Nieuwe emissiegetallen riooloverstorten

De cijfers van emissies vanuit riooloverstorten zijn geactualiseerd en te gebruiken bij beleidsvorming voor waterkwaliteitsvraagstukken.
 
De aandacht voor de emissie vanuit riooloverstorten is de afgelopen jaren langzaam steeds verder afgenomen. Dit komt deels doordat andere thema’s, zoals wateroverlast, aan belang hebben gewonnen en deels doordat vrijwel overal de zaken goed op orde zijn. De basisinspanning is achter de rug en bij lokale knelpunten met de oppervlaktewaterkwaliteit pakken gemeente en waterschap deze doorgaans in goede harmonie op. 

CZV gemiddeld flink lager

De beperkte aandacht heeft onder andere tot gevolg gehad dat niet veel recent onderzoek is gedaan naar de emissie vanuit riooloverstorten en dat de cijfers in de emissieregistratie niet meer actueel waren. Met de actualisatie in 2017 van de factsheet ‘Effluenten rwzi’s, regenwaterriolen, niet aangesloten riolen, overstorten en IBA’s’ is dit rechtgezet. De cijfers van de emissieregistratie komen nu, voor belangrijke parameters als nutriënten, overeen met de metingen van riooloverstorten die in 2016 namens Stichting RIONED zijn verzameld. In tabel 1 ziet u de concentraties van enkele belangrijke parameters. Opvallend is dat de gemiddelde meetwaarde voor CZV flink lager ligt dan de rekenwaarde van 250 mg CZV/l die in de eenduidige basisinspanning jarenlang is gehanteerd. Dit betekent dat de hierop gebaseerde ontwerpen aan de veilige kant zitten.
 
  CZV [mg/l] N-Kj [mg/l] P-tot [mg/l]
Gemiddelde van gemiddelden per locatie 180 (n = 658) 9,9 (n=475) 2,3 (n=413)
Tabel 1 Gemiddelde waarde overstortmetingen in Nederland (tussen () aantal metingen) 

Foutaansluitingen grote invloed

De actuele cijfers van de emissieregistratie maken het ook mogelijk om nog eens goed te kijken naar de voor- en nadelen van de wijze van omgaan met hemelwater. Tabel 2 geeft een overzicht van de emissie per ha per jaar voor een gemengd en gescheiden rioolstelsel. Voor een gemengd rioolstelsel is daarbij ook de emissie die de naar de rwzi afgevoerde neerslag tot gevolg heeft meegenomen. Als we kijken naar de totale emissie, dan geldt voor diverse parameters dat deze bij een gemengd rioolstelsel op jaarbasis per aangesloten ha lager liggen dan bij een gescheiden stelsel. Dit betekent uiteraard niet dat we nu pleiten voor ombouw van alle gescheiden rioolstelsels naar gemengde stelsels om zo de emissie te reduceren, uiteindelijk gaat het om de effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit. Aspecten als visuele hinder, stank of hygiënische betrouwbaarheid spelen daarbij natuurlijk ook een rol. De emissie van nutriënten uit gescheiden rioolstelsels wordt vooral bepaald door foutaansluitingen. Zijn er geen foutaansluitingen, dan is de emissie van nutriënten in kg/ha uit een gescheiden rioolstelsel fors lager dan bij een gemengd stelsel.
 
Stof gemengd riool hemelwaterriool (incl. foutaansluitingen)
via overstort [kg/ha/jaar] via effluent [kg/ha/jaar]  overstorten + effluent [kg/ha/jaar]                      [kg/ha/jaar]
N – Totaal 4,1 32,0 36,1 41,9
P – Totaal 0,7 5,6 6,3 7,0
Koperverb. (als Cu) 0,03 0,02 0,05 0,16
Zinkverb. (als Zn) 0,12 0,18 0,30 0,97
Minerale oliën 0,59 0,02 0,61 3,10
PAK (6 van Borneff) 0,0006 0,0005 0,001 0,003
Tabel 2 Emissies vanuit gemengd en gescheiden rioolstelsel in kg/ha/jaar 

Andere verdeling emissie over gemeenten

Een belangrijke verbetering die in de actualisatie van de emissieregistratie is doorgevoerd, is de wijze van verdelen van de emissie via riooloverstorten over de gemeenten. Voorheen werd deze emissie verdeeld aan de hand van het aantal riooloverstortconstructies per gemeente. Maar dit is zeer onjuist, omdat niet het aantal lozingslocaties bepalend is voor de emissie, maar het aangesloten oppervlak in combinatie met de stelselkenmerken. In een hellend gebied kan één overstortconstructie voldoende zijn voor 100 ha, terwijl in een vlak deel van het land soms wel één overstortconstructie per ha nodig is. Deze kennis is overigens niet verwerkt in het voorstel aan het bestuur van de Unie van Waterschappen voor aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen. Daarin wordt een forfaitaire heffing voorgesteld van 5VE per overstortconstructie, te betalen door gemeenten. 

Emissieregistratie toegankelijke informatiebron

De huidige getallen van de emissieregistratie bieden een goed beeld van de relatieve bijdrage van de verschillende verontreinigingsbronnen aan de totale belasting van bijvoorbeeld het oppervlaktewater op jaarbasis. Daarmee is de emissieregistratie een eenvoudig toegankelijke informatiebron bij beleidsvorming voor waterkwaliteitsvraagstukken gerelateerd aan gangbare parameters, zoals nutriënten, zware metalen en PAK’s. Voor organische microverontreinigingen, waaronder pesticiden en medicijnresten, zijn nu nog te weinig meetgegevens beschikbaar voor een hoge betrouwbaarheid van de emissieregistratie. Hieraan besteedt een lopend STOWA-onderzoek inmiddels aandacht, zodat in een nieuwe actualisatie ook deze stoffen meegenomen worden. Het is uiteraard aan gemeenten en waterschappen om deze informatie te benutten. 

Dit artikel is een bijdrage van Jeroen Langeveld (Partners4UrbanWater – TU Delft).


Kennisbank



U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE