Lozen

Na aanleg van een riolering blijven met name milieurechtelijke regels van kracht. In het bijzonder gaat het hier om de regulering van lozingen in en vanuit een riolering. Alles wat in de riolering terechtkomt, komt er uiteindelijk ook weer uit. Soms direct in het oppervlaktewater of op of in de bodem, soms indirect via de riolering of rwzi. Het afvoeren van afvalwater per as valt niet onder lozen, maar geldt als het afgeven van afvalstoffen waarop de afvalstoffenregelgeving van de Wm van toepassing is.
 
Bij de huidige lozingsregels voor afvalwater bepaalt de lozingsbron welk besluit van toepassing is. Daarbij is onderscheid tussen lozingen vanuit:
  1. Wm-inrichtingen: Activiteitenbesluit milieubeheer, kortweg: ‘Activiteitenbesluit’. In dit besluit staan ook de lozingsregels voor de landbouw;
  2. particuliere huishoudens: Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) voor lozingen vanuit particuliere huishoudens;
  3. overige bronnen/openbare ruimte: Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Dit besluit geldt dus voor alle lozingen die niet vallen onder een van de eerste twee categorieën. Het Blbi is sinds 1 juli 2011 van kracht. Het bevat onder meer regels voor overstorten, afspoeling van wegen en het werk van een glazenwasser.

Door regulering via algemene regels is voor de genoemde lozingsactiviteiten meestal geen vergunning meer nodig. Een melding is nu voldoende, eventueel met een zogenoemd maatwerkvoorschrift (een nadere, individuele eis boven op de voor iedereen geldende algemene regels). In bepaalde gevallen is zelfs een melding niet nodig.

Bestuursorganen die bevoegdheden rond afvalwater uitoefenen (met name de gemeenten voor lozingen in de bodem of het riool en de waterbeheerders voor lozingen in oppervlaktewater), moeten rekening houden met de in de Wm voorgeschreven voorkeursvolgorde. Gemeenten kunnen bij verordening regels stellen aan het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater.


Tabel A Regulering afvalwaterlozingen 

De zorgplichtbepaling voor lozers
Het Activiteitenbesluit, het Blah en het Blbi bevatten alle drie een zorgplichtbepaling die is gericht op het voorkomen van nadelige gevolgen voor het milieu door maatregelen te treffen. Kort gezegd moet degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat zijn handelen nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, doen wat redelijkerwijs is te eisen om die gevolgen te voorkomen. Of als dat niet kan, om die gevolgen zo veel mogelijk tegen te gaan. De zorgplichtbepaling geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid maatwerkvoorschriften te stellen voor de te nemen maatregelen. Nu in de besluiten ook regels staan voor directe lozingen in het oppervlaktewater en de bodem, is de zorgplichtbepaling ook relevant voor die lozingen.

 
De zorgplicht voor lozers heeft een vangnetfunctie voor situaties die niet concreet zijn geregeld. Zo zijn bijvoorbeeld bij het lozen van grondwater in de hemelwaterriolering wel de maximale gehalten zwevende stof en ijzer voorgeschreven, maar niet het maximale debiet (de hoeveelheid water). Dat laatste valt dus onder de zorgplicht: lozers mogen niet zo veel water lozen dat het hemelwaterriool overbelast raakt. Tegen handelingen in strijd met de zorgplicht kan het bestuur optreden met handhavingsmaatregelen (bestuursdwang, last onder dwangsom). Wel moet het dan goed motiveren waarom de lozer de zorgplicht heeft geschonden. Dat komt vooral omdat de plicht in algemene en behoorlijk vage termen is geformuleerd (wat is ‘redelijkerwijs’; wat betekent ‘zo veel mogelijk’?).
 
Let op: de zorgplicht voor lozers verschilt duidelijk van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. De zorgplicht voor lozers geldt voor iedereen die loost (dus ook voor de gemeente, bij lozingen uit het rioolstelsel) en is bedoeld om een vangnet te bieden voor situaties die niet in specifieke voorschriften van de lozingsbesluiten zijn geregeld. De gemeentelijke zorgplichten zijn geen vangnet, maar een omschrijving van een publiekrechtelijke taak: de gemeente moet zorgen voor bijvoorbeeld doelmatige inzameling en verwerking van overtollig hemelwater.
 
N.B. Als een lozer in overeenstemming met de vergunning handelt en deze handeling volgens het bestuur onaanvaardbare gevolgen heeft, kan het bestuur niet optreden wegens schending van de zorgplicht. De zorgplicht geldt namelijk alleen voor lozingen die onder algemene regels vallen. In dat geval moet het bestuur de vergunningvoorschriften aanpassen of de vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken.
 
Meer informatie:


Kennisbank


U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE