Principe van de methode

Aangetaste betonwanden van toegankelijke rioolputten, rioolgemalen en bergingsvoorzieningen kunt u ter plekke op verschillende manieren met kunststof bekleding herstellen.

Hoofdgroepen en uitvoering

  1. Systemen, hechtend op de ondergrond, met:

    • Mortel.
    • Coating.
    • Combinatie mortel/coating.
    • Laminaat (dragermateriaal + hars).
    • Slingermethode.
  2. Systemen, verankerd in de ondergrond, met:
    • Beplating, direct op de ondergrond.
    • Beplating, op afstand van de ondergrond met opvulling van de tussenruimte.
    • Beplating in combinatie met handlaminaat.
  3. Put-in-putsystemen, een constructief systeem in een bestaand object:
    • In het object een nieuwe wand voor de oude wand bouwen.
    • Prefabelementen voor de wand plaatsen met opvulling van de tussenruimte.
  4. Verticale relining met een kousmethode:
    • Verticale liner, onderzijde, stroomprofiel, aansluitingen met handlaminaat.
    • Verticale liner, compleet met onderzijde, stroomprofiel en aansluitingen.

Vooronderzoek

Om te bepalen welke van de vier technieken mogelijk is, moet u vooronderzoek doen. Hierbij bekijkt u onder meer de volgende zaken:

  1. Restdikte van de wand.
  2. Reststerkte van de wanddikte (boorkern).
  3. Aantastingsdiepte (carbonatatiediepte).
  4. Dekking van onaangetast beton op wapening. Controleer bij geringe dekking de wapening op aantasting.
  5. Trekproeven bij aangetaste putten.

Aandachtspunten

  1. Vooraf moet u bepalen welk gedeelte van de put of ander object u moet renoveren.
  2. U moet weten van welk materiaal de inkomende leidingen zijn.
  3. Ga na of de inkomende leidingen al gerenoveerd zijn.
  4. Ga na of in de put sprake is van infiltratie. Intredend grondwater belemmert de hechting van een coating. Lekkages moet u eerst dichten.
  5. Ga na of in de put sprake is van wortelingroei. Ingegroeide wortels moet u eerst verwijderen.
  6. Ga na wat de geometrie van de put is, vooral bijzondere constructies in de put.
  7. Ga na hoe hoog de grondwaterstand is (zie ook punt 4).
  8. Hoofdgroepen 2, 3 en 4 zijn constructieve systemen die u vooraf moet dimensioneren.
  9. Bij hoofdgroep 1 is dimensionering niet van toepassing (is niet bedoeld als constructief systeem).
  10. Bij hoofdgroep 1 en 2 moet u het aangetaste beton verwijderen.
  11. Bij hoofdgroep 1 moet u het aangetaste beton tot op het onaangetaste beton verwijderen. Dit moet u controleren met een fenolftaleine oplossing in verband met de toekomstige hechting.
  12. Voor hoofdgroep 1 en 2 moet de bestaande wand voldoende sterk en dik zijn om de methode succesvol te kunnen uitvoeren.
  13. Zijn de sterkte en dikte van de bestaande wand niet voldoende, dan kunt u de aangetaste wand ook opnieuw opbouwen totdat deze voldoende sterk en dik is. Daarna kunt u een methode uit hoofdgroep 1 of 2 toepassen.
  14. Als de dekplaat ernstig is aangetast is, moet die ook worden vervangen of de binnenonderkant moet worden gecoat.
Op basis van het vooronderzoek en de genoemde aandachtspunten kunt u de hoofdgroep en de uitvoeringsmethode kiezen.

Uitvoeringsaspecten

Overlast voor verkeer, omwonenden/omliggende bedrijven en instanties

  • Sluit bij de rioleringsvoorziening waar nodig de rijbaan (deels) af.
  • Zet het riool tijdelijk dicht, leid het rioolwater om als dit voor de afvoer problemen geeft.

Te gebruiken materiaal

  • Voor hoofdgroep 1: een coating, mortel, een combinatie van coating en mortel of een laminaat.
  • Voor hoofdgroep 2: beplating van kunststof of glasvezel versterkt kunststof (GVK). De dikte varieert van 2 tot 10 mm.
  • Een eventuele vulling (tussen beplating en ondergrond) bestaat uit een constructieve gietmortel op cementbasis, waarbij een goede hechting essentieel is.
  • Voor hoofdgroep 3: kunststof of GVK.
  • Voor hoofdgroep 4: GVK.

Toepassingsgebied

Kunststof bekleding kunt u toepassen in alle toegankelijke rioolonderdelen met aangetast beton. Vooral rioolputten, rioolgemalen, kelders en bergingsvoorzieningen.

Toepassingsbeperkingen

  • Het rioleringsonderdeel moet voldoende ruimte bieden voor de toe te passen methode.
  • Tijdens het toevoegen van mortel kan lucht worden ingesloten.
  • Tijdens het rondslingeren (slingermethode, hoofdgroep 1) kan ook lucht worden ingesloten.
  • Bij een slingermethode (hoofdgroep 1) is de geometrie van de put bepalend. Bijzondere constructies beperken de toepassing van de slingermethode.
  • Bij de slingermethode neemt u het stroomprofiel en de dekplaat niet mee.
  • Bij kleinere rioolputten of rioolgemalen moet u eventueel de dekplaat verwijderen, afhankelijk van de toe te passen methode.

Levensduur en garantie

Met visuele inspectie kunt u het resultaat beoordelen. De levensverwachting is middellang (hoofdgroep 1) tot lang (hoofdgroepen 2, 3 en 4).

Link naar de landelijke open standaard GWSW:

BekledenMetGVKPlaten 
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel