Drie soorten handelingen

De wet onderscheidt drie soorten handelingen die een onrechtmatige daad opleveren:

  • Inbreuk op een recht, zoals een eigendoms-, pacht- of gebruiksrecht.
  • Iets doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht. Bijvoorbeeld de afval-, hemel- of grondwaterzorgplicht, maar ook Europese richtlijnen. In april 2018 heeft de rechtbank Den Haag duidelijk gemaakt dat schade ontstaan door een schending van de grondwaterzorgplicht niet verhaalbaar is op grond van art. 7.14 Waterwet, maar dat deze schending een onrechtmatige daad oplevert. Hierbij moet dan ook aan de overige vereisten voor een onrechtmatige daad worden voldaan. 
  • Iets doen of nalaten in strijd met een ongeschreven maatschappelijke regel, met name ongeschreven zorgvuldigheidsnormen. Bijvoorbeeld als de gemeente niet waarschuwt voor een gevaarlijke situatie, zoals een gegraven put in de weg om aan leidingen te werken. Dan moet zij bijvoorbeeld een bord of hek plaatsen om passanten te waarschuwen.

Rechtvaardigingsgrond en gemeentelijke beleidsvrijheid

Een handeling is niet onrechtmatig als er een rechtvaardigingsgrond is. Bijvoorbeeld overmacht of als de handeling verplicht was op grond van een wettelijk voorschrift. In relatie tot de gemeentelijke watertaken is ook van belang dat van 'nalaten' (in het tweede punt hierboven) niet snel sprake zal zijn. De gemeente heeft immers een zekere beleidsvrijheid bij het plannen en uitvoeren van werken.

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel