Veel riolen liggen onder of op het grondwaterpeil. Voor werkzaamheden aan de riolering (zoals vervanging van een riool of de bouw van een gemaalkelder) zijn hierdoor soms grondwateronttrekkingen nodig. Voor deze onttrekkingen heeft de gemeente vaak een watervergunning nodig. Het waterschap (soms de provincie) geeft voor het regionale watersysteem (oppervlakte- en grondwatersysteem) een watervergunning af en Rijkswaterstaat voor het hoofdwatersysteem.

Vergunning van waterschap, provincie of Rijkswaterstaat?

Hoofdregel is dat u voor grondwateraangelegenheden naar het waterschap moet. De provincie (Gedeputeerde Staten) is alleen bevoegd gezag voor drie categorieën bijzondere grondwateronttrekkingen en infiltraties: de openbare drinkwaterwinning, open bodemenergiesystemen en industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar (art. 6.4 Waterwet). Voor al het overige is vrijwel steeds het waterschap bevoegd gezag. Zo moet de gemeente of projectontwikkelaar voor een bronbemaling een watervergunning aanvragen bij het waterschap, ook al gaat het om een bemaling van bijvoorbeeld 1 miljoen m3. In enkele situaties vallen grondwateronttrekkingen en infiltraties onder de bevoegdheid van de minister van Infrastructuur en Waterstaat (in de praktijk Rijkswaterstaat, art. 6.10a Waterbesluit). Dit geldt voor onttrekkingen die plaatsvinden in oppervlaktewaterlichamen waarover Rijkswaterstaat het waterkwantiteitsbeheer voert, voor zover niet de provincie bevoegd gezag is. Dit zijn bijvoorbeeld grondwateronttrekkingen in de uiterwaarden van de grote rivieren.
 
Overigens is niet voor alle grondwateronttrekkingen een watervergunning nodig. De provinciale verordening of de waterschapskeur kan gevallen aanwijzen die niet vergunningplichtig zijn, maar waarvoor meestal wel een meldingsplicht geldt (zie het kader).
 

Wel of geen vergunning?

Bij de vervanging van (een stuk van) een riool onder het grondwaterpeil slaat de uitvoerder meestal damwanden, waarna hij de daartussen gegraven werkplek droogmaalt. Daarbij gaat het meestal om kleine hoeveelheden grondwater, zodat voor een dergelijke onttrekking geen vergunning nodig is. Wel kan een melding nodig zijn, dit staat in de keur (verordening) van het waterschap. Vanwege mogelijk risico op verzakkingen van omliggende bebouwing heeft retourbemaling (aan de andere kant van de damwand) de voorkeur. Is dit niet mogelijk, dan kan het waterschap verlangen dat de uitvoerder dit aantoont. Bij de bouw van een bergingsvoorziening of bergingskelder is een veel grotere bouwput nodig. Hierbij duurt de grondwateronttrekking langer en gaat het ook om grotere hoeveelheden grondwater. Daarom is hiervoor meestal wel een vergunning van het waterschap nodig. Kijk voor de exacte regels in de keur van het waterschap of de daarop gebaseerde uitvoeringsregels of algemene regels.

Registratieverplichting

Bij de grondwateronttrekkingen geldt vaak een registratieverplichting. De waterbeheerder of Gedeputeerde Staten (GS) willen informatie over de inrichting die het grondwater onttrekt en over de hoeveelheid te onttrekken grondwater. Bepalingen over het melden en meten van onttrekkingen staan in artikel 6.11 van het Waterbesluit (een AMvB op grond van de Waterwet) en in de Waterregeling (een ministeriële regeling die weer is gebaseerd op het Waterbesluit). Het waterschap kan in de keur of de daarop gebaseerde uitvoeringsregels of algemene regels bepalen dat de registratieverplichting niet geldt voor specifieke grondwateronttrekkingen. Verschillende waterschappen hebben dat gedaan voor bronbemalingen.
 
Het onttrokken grondwater loost vervolgens in de riolering, oppervlaktewater of de bodem. Hiervoor gelden ook weer juridische verplichtingen (zie het kennisbankonderdeel Lozen).

Milieubeschermingsgebieden

Op grond van artikel 4.9 Wet milieubeheer (lid 3, sub c Wm) moeten Provinciale Staten (PS) in hun provinciale milieubeleidsplan gebieden aanwijzen waarin de kwaliteit van het milieu of van een of meer onderdelen daarvan bijzondere bescherming nodig heeft. Deze aangewezen gebieden heten milieubeschermingsgebieden. Hiertoe behoren volgens artikel 4.9, lid 4 Wm in elk geval de in de Wet natuurbescherming aangewezen Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden, de zogenoemde Ramsargebieden en archeologische attentiegebieden. Ramsargebieden zijn verblijfplaatsen voor watervogels, aangewezen om de Conventie van Ramsar (Trb. 1975, 84) uit te voeren. GS kunnen gebieden die (naar verwachting) archeologisch waardevol zijn, aanwijzen als archeologische attentiegebieden. Dit kan voor zover bij de vaststelling van een geldend bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. In verband hiermee moet de gemeenteraad vervolgens binnen een door PS te stellen termijn een bestemmingsplan(herziening) vaststellen. Daarnaast vallen de grondwaterbeschermingsgebieden in de Provinciale milieuverordening (PMV) of Omgevingsverordening (menig provincie heeft de milieuverordening geïntegreerd met de waterverordening en de verordening ruimte tot één Omgevingsverordening) onder het begrip milieubeschermingsgebied (art. 1.2 Wm).

Rioleringswerkzaamheden in milieubeschermingsgebieden

Bij rioleringswerkzaamheden (aanleg of beheer) in een milieubeschermingsgebied moet u nagaan of op grond van de PMV of de Omgevingsverordening bepaalde verboden en/of nadere regels gelden. In het bijzonder voor het graven in de bodem en grondwateronttrekkingen binnen die gebieden. Is dat het geval, dan moet u meestal een ontheffing aanvragen bij GS.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel