Dit kan een vast debiet zijn, bijvoorbeeld bij de inprik vanuit een drukriolering op een groot vrijvervalstelsel. Waar relevant kunt u daaraan variaties in de tijd (dag, week, jaar) toevoegen. Een andere manier is om de inwoners die zijn aangesloten op deze drukriolering in het benedenstroomse rekenmodel op te nemen op de plaats waar het drukriool inprikt. Hoewel deze laatste methode rekentechnisch tot goede resultaten kan leiden, bestaat het risico dat de volgende modelleur deze extra inwoners over het hoofd zit en het debiet van de drukriolering alsnog opneemt als hydraulische randvoorwaarde. Een soortgelijk risico bestaat bij industrieterreinen, waarbij de afvalwaterproductie soms al is toegekend aan de plaats waar het bovenstroomse industriegebied inprikt, terwijl de modelleur het debiet vanuit het industriegebied ook nogmaals opneemt als hydraulische randvoorwaarde. Om deze reden raden wij af om afvoer van inprikkers te verwerken in de droogweerafvoer van het eigen gebied.

Neerslagdynamiek

Bij de inprik vanuit gemengde rioolstelsels of andere deelsystemen die neerslag verwerken, is het belangrijk om ook de dynamiek mee te nemen die de neerslag veroorzaakt. Als u het model met echte buien doorrekent, kunt u de inprik het best vervangen door gemeten debieten. Toetst u het hydraulisch gedrag of de emissie, dan kunt u het bovenstroomse inprikkende gebied doorgaans als een vereenvoudigd rioleringsmodel (reservoirmodel ) schematiseren en daarvan de berekende verpompte debieten meenemen.

Een andere optie is om het bovenstroomse gebied eerst door te rekenen met dezelfde buien en de debieten bij de inpriklocatie als tijdserie uit dit rekenmodel te halen.

Let op interactie

Net als bij de waterstand als hydraulische randvoorwaarde geldt dat waar hydraulische interactie is, de grens van het rekenmodel verkeerd is gekozen. Bijvoorbeeld een inprik van een rioolstelsel dat onder vrij verval is aangesloten op het te modelleren benedenstroomse rioolstelsel. Zodra opstuwing mogelijk is, kunt u deze inprik niet vervangen door een debietreeks. In dat geval moet u de grens van het rekenmodel ergens anders leggen.

Gemalen

Een gemaal vormt vaak de benedenstroomse hydraulische randvoorwaarde van een rekenmodel. Daarbij werken beheerders doorgaans met de ontwerpcapaciteit of theoretische capaciteit van het rekenmodel en schematiseren ze de gemaalkelder zo dat de in- en uitslagpeilen hier netjes binnen passen. In de praktijk komt de gemaalcapaciteit vaak niet overeen met de ontwerpcapaciteit (groter en kleiner komen beide voor) en is het inslagpeil zo hoog ingesteld dat de stelselberging als pendelberging wordt gebruikt. In dergelijke gevallen moet u de schematisatie van de benedenstroomse randvoorwaarde hierop aanpassen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel