Wat beïnvloedt de prestaties van het stedelijk water?

Het stappenplan voor risicogestuurd stedelijk waterbeheer ordent feiten over prestaties, risico’s en kosten. In dit artikel leest u hoe u de kans op risico’s kunt inschatten met onderzoek naar invloeden op de prestaties.

Assetmanagement voor stedelijk waterbeheer beoogt meerwaarde voor de inwoners, bezoekers en bedrijven in de gemeente. Mede vanuit de zorgplicht voor de gemeentelijke watertaken zorgt uw gemeente voor een gezonde, veilige en aantrekkelijke buitenruimte. Assetmanagement biedt instrumenten om in het stedelijk waterbeheer transparant vast te stellen hoe u de goede dingen goed doet. De keuze van de goede maatregelen onderbouwt u met feiten over de conditie van de objecten, de prestaties van het systeem, de grootte van risico’s en de totale kosten.

Beheerders hebben samen met Stichting RIONED en STOWA een stappenplan ontwikkeld om maatregelen op basis van feitelijk inzicht in prestaties, risico’s en kosten te onderbouwen. Twee eerdere artikelen in RIONEDnieuws gingen in op het verkennen van het areaal en op het bepalen van prestatie-indicatoren. In dit derde artikel leest u over de invloeden op de prestatie-indicatoren als input voor de kans van risico’s.

Stappenplan risicogestuurd beheer

Stappenplan risicogestuurd beheer
Figuur 1 Stappenplan risicogestuurd beheer

Het stappenplan ordent feiten over het te beheren areaal, de gewenste prestaties, de invloeden op de prestaties, de daaruit voortkomende risico’s, de beheersmaatregelen en de totale kosten. Het stappenplan is iteratief (herhalend). U begint met globale informatie van alle zes de onderwerpen en detailleert stapsgewijs gericht verder. Dit is te vergelijken als een bloem met zes blaadjes. U begint met een bloem in de knop door de hoofdlijnen vast te leggen en naarmate de bloem zich verder ontwikkelt, bepaalt u gericht verdere details. In het hart van de bloem houdt u de balans door de per blaadje verkregen resultaten met elkaar te verbinden. Uiteindelijk hebt u alle benodigde informatie om op basis van inzicht in prestaties, risico’s en kosten de goede dingen te doen.

  1. Areaal
    U brengt het te beheren areaal in kaart. Wat ligt waar en welke functionele samenhangen zijn er? Vanuit een visie op de ontwikkeling schetst u ook het ideaalplaatje voor de toekomst.
  2. Prestaties
    U vertaalt de bestuurlijk gewenste meerwaarde naar operationele prestatie-indicatoren voor zowel het functioneren van het systeem als de conditie van de objecten.
  3. Invloeden
    U onderzoekt de relevante invloeden op de prestatie-indicatoren, zodat u kunt inschatten in welke mate de faalkans in de komende tijd toeneemt.
  4. Risico’s
    U inventariseert en kwantificeert de risico’s door de kans op incidenten te koppelen aan de gevolgen voor de beoogde meerwaarde van stedelijk waterbeheer.
  5. Maatregelen
    U ontwerpt beheersmaatregelen voor de onacceptabele risico’s en werkt een op de omgeving afgestemd meerjarenprogramma uit.
  6. Kosten
    U bepaalt de netto contante waarde van alle kosten bij realisatie van eventueel meerdere scenario’s voor te leveren prestaties en geaccepteerde restrisico’s.

Invloeden op prestatie-indicatoren

De prestaties van het stedelijk water dragen bij aan een veilige, gezonde, duurzame en aantrekkelijke woon- en werkomgeving tegen betaalbare lasten en met draagvlak van de belanghebbenden. Om de prestaties te toetsen, hebt u de bestuurlijke waarden en ambities vertaald via kwalitatieve eisen voor het functioneren naar meetbare indicatoren. Het omgevingsprogramma kan streef- en minimumwaarden aangeven voor de prestatie-indicatoren van stedelijk water. Deze kunt u gebruiken om nut en noodzaak van het voorgenomen beheer te onderbouwen. Daartoe moet u inzicht hebben in de huidige prestaties en de te verwachten afname in de tijd. Als voorbeeld kunt u denken aan de prestatie-indicator voor veiligheid en bruikbaarheid van boven riolen liggende verharding.

Voorbeeld: invloed aantasting op dikte buiswand

Een prestatie-indicator op basis van een veiligheidsfactor tegen instorten kunt u gebruiken voor zowel grote riolen onder belangrijke wegen als kleine riolen in een groenstrook. Voor het riool met grote gevolgen bij instorting is de minimumwaarde voor de veiligheidsfactor bijvoorbeeld 2,5 en voor het riool in de groenstrook bijvoorbeeld 1,2. De veiligheidsfactor wordt bepaald door de actuele belasting en de actuele conditie van de leiding. De belasting neemt mogelijk toe doordat zwaardere vrachtwagens over de weg rijden, de leidingconditie neemt mogelijk af door aantasting. Visuele inspectie vanuit het riool geeft een indicatie van plaatsen waar de buiswand is aangetast. Herhaald nader onderzoek van bijvoorbeeld boorkernen maakt extrapolatie van de toekomstige wanddikteafname en daarmee van de veiligheidsfactor mogelijk.

Veiligheidsfactor Riolen > 700 mm Riolen 400 - 700 mm Riolen < 400 mm
Primaire wegen 2,5 2 2
Secundaire wegen 2 1,5 1,5
Tertiaire wegen 1,5 1,2 1,2

Tabel 1 Voorbeeld toepassing veiligheidsfactor als prestatie-indicator

Risicogestuurd inspecteren

Het voorbeeld illustreert enkele toepassingen van risicogestuurd beheer. Allereerst is er een direct oorzakelijk verband tussen de gewenste meerwaarde voor de inwoners (bruikbare weg) en een concreet daartoe te toetsen prestatie-indicator (wanddikte van het riool). Vervolgens geven de verschillen in ernst van de gevolgen bij instorten verschillende grenswaarden voor de veiligheidsfactor. Ten slotte is er ook een verschil in de gewenste nauwkeurigheid van het onderzoek naar de actuele waarde van de veiligheidsfactor. Immers bij het grote riool zijn niet alleen de gevolgen groter, ook de kosten voor beheersmaatregelen (relinen of vervangen) zijn veel groter. Daarom wilt u een nauwkeuriger meetwaarde dan bij een klein riool in een groenstrook, waar u wellicht de eerste veertig jaar helemaal geen inspectie uitvoert. Risicogestuurd inspecteren betekent dus zowel een andere prestatie-eis voor de indicatorwaarde als een andere nauwkeurigheid waarmee de indicatorwaarde is bepaald.

Andere invloeden

Stedelijk waterbeheer heeft te maken met een veranderende omgeving die op de ene plek meer tot toename van de risico’s leidt dan op andere plekken. Externe invloeden op de prestaties van de riolering zijn bijvoorbeeld een toenemende neerslagintensiteit, meer afvoerend oppervlak, meer pakketbezorgers in woonstraten en grotere grondwaterstandverschillen. Maar ook andere wensen en verwachtingen van de belanghebbenden kunnen leiden tot het bijstellen van de streef- en minimumwaarden voor de prestatie-indicatoren.

Efficiënt beheer

Door met de bril van risicosturing naar stedelijk waterbeheer te kijken, kunt u beter onderbouwen dat u de goede dingen doet die bijdragen aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke buitenruimte. Risicogestuurd onderbouwen levert tijd en geld op om de écht belangrijke zaken goed op te pakken en ontwikkelingen integraal af te stemmen met andere beleidsvelden. Wel staan we daarbij voor de uitdaging toetsbare prestatie-indicatoren te ontwikkelen en relevante risico’s uniform te registreren. STOWA en Stichting RIONED werken daartoe graag samen met de beheerders om hier gezamenlijk te leren voor een efficiënte toekomst.

Dit is deel 3 van de serie artikelen over het stappenplan voor risicogestuurd beheer. Deel 4 gaat verder met de vierde stap van dit stappenplan: inventariseer en kwantificeer de risico’s.


Producten



U Bezocht Onlangs


GEEF UW SUGGESTIE