De DoFeMaMe-systematiek is inmiddels ruim twee decennia gemeengoed in Nederland. De DoFeMaMe is ook onderdeel van NEN-EN 752 Buitenriolering. De systematiek is ontwikkeld in een periode waarin de rioleringszorg een duidelijke focus had op de opbouw en het beheer van de infrastructuur. Bij die focus waren de doelen veelal een beschrijving van het gewenste gedrag van de infrastructuur en de functionele eisen de voorwaarden waaraan de infrastructuur moest voldoen om de doelen te bereiken.
 
Door de verbreding van de rioleringszorg naar de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater en de komst van de Waterwet is de focus verbreed en meer gericht op de dienstverlening (de maatschappelijke prestaties) van de infrastructuur. Daarbij is de 'oude' DoFeMaMe-systematiek onverminderd goed bruikbaar om de zorgplichten te vertalen naar concreet meetbare effecten. Namelijk door de doelen niet langer te beperken tot een beschrijving van het gewenste systeemgedrag, maar van de beoogde effecten. Daarmee vormt de DoFeMaMe-systematiek het beoordelingskader voor hoe uw gemeente de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater invult.

Theorie en praktijk

De theorie van het continu leren en verbeteren heeft zich in de praktijk nog nauwelijks bewezen. Bij het opstellen van de eerste generatie GRP’s kozen veel rioleringsbeheerders voor een inspanningsgerichte en/of theoretische invulling van de DoFeMaMe. Bekende voorbeelden zijn: het toetsen van het hydraulisch functioneren met een niet-gekalibreerd rekenmodel met bui08 of het jaarlijks reinigen van alle kolken. Inmiddels is de technologie zo ver ontwikkeld dat wel goed is te toetsen of een rioolstelsel daadwerkelijk functioneert zoals bedoeld. Of om te toetsen of overstortingen niet tot zuurstofloosheid in het ontvangende water hebben geleid.
 
In de praktijk houden veel beheerders toch nog vast aan de ‘oude’ invulling van de DoFeMaMe. Hierdoor speelt inzicht in het praktisch functioneren van rioolstelsels vaak geen rol bij de evaluatie van het GRP. (Overigens heeft het zuiveringsbeheer met iets vergelijkbaars te maken. Waterbeheerders toetsen de prestatie aan de hand van de gemeten effluentconcentraties. Het beperken van het effluent – bijvoorbeeld door rioolvreemd water te voorkomen door de instroom van oppervlaktewater via de overstorten te beperken – loont dan niet, omdat dat geen onderdeel vormt van het beoordelingskader.)
 

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel