Het ontvangende oppervlaktewater heeft een nauwe relatie met:
  • de locatie van lozingspunten;
  • overstorten in een verbeterd gescheiden stelsel;
  • uitlaten van een gescheiden stelsel;
  • overlopen van wadi’s;
  • andere infiltratievoorzieningen.
Plaats de lozingspunten bij voorkeur aan dieper en doorstroomd oppervlaktewater en hoger in het stelsel. Zijn meer lozingspunten mogelijk, dan kan de gemiddelde diameter van de aanvoerende leidingen kleiner zijn. Bevinden de lozingspunten zich dicht bij locaties waar een grotere kans is op calamiteiten? Dan verdient het aanbeveling het oppervlaktewater te compartimenteren om verspreiding van verontreinigingen te voorkomen.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel