Meestal mogen huishoudens afvloeiend hemelwater van daken zonder verdere beperkingen in het oppervlaktewater, de bodem of een rioolstelsel lozen. Eventuele beperkingen vloeien alleen voort uit de zorgplicht (art. 4 Blah). Maar de gemeente kan bijsturen als dat nodig is om de riolering goed te laten functioneren en de oppervlaktewaterkwaliteit te beschermen. Zo kan zij op verschillende manieren zorgen dat hemelwater niet (meer) in het openbare vuilwaterriool terechtkomt, om daarmee het functioneren van de riolering te verbeteren en de emissie vanuit de riolering naar oppervlaktewater te verminderen. Of de gemeente hierbij kiest voor een omgevingsvergunning, een maatwerkvoorschrift of een verordening hangt in eerste instantie af van de vraag of sprake is van nieuwbouw of bestaande bouw.

Nieuwbouw: aansluitvoorschrift bij omgevingsvergunning bouwen

Via de omgevingsvergunning bouwen (de vroegere bouwvergunning) kan de gemeente voor nieuwbouwsituaties het nodige op lozingsgebied regelen. Maar in het Bouwbesluit 2012 staat al dat bij nieuwbouw afvoerleidingen voor huishoudelijk afvalwater en hemelwater op het perceel gescheiden moeten blijven. In principe heeft de gemeente dan dus geen lozingsregels nodig om te zorgen dat hemelwater in een openbaar hemelwaterstelsel terechtkomt en huishoudelijk afvalwater in de openbare vuilwaterriolering. De aansluitvoorschriften voor de afvoerleidingen zijn hiervoor voldoende. Maar als er alleen een openbaar vuilwaterriool is, is het aan te raden de lozingsregelgeving wel te gebruiken. Dat kan op dezelfde wijze als bij bestaande bouw (zie hieronder).

Bestaande bouw: maatwerkvoorschrift of verordening

In bestaande situaties kan de gemeente het afkoppelen niet via de bouwregelgeving regelen. Als zij hemel- en afvalwater wil scheiden of hemel- en grondwaterlozingen in de openbare vuilwaterriolering wil beëindigen, moet zij een beroep doen op de lozingsregelgeving.

Individuele situaties

In individuele situaties kan de gemeente huishoudens op grond van het Blah een maatwerkvoorschrift opleggen, voor bedrijven kan dit op grond van het Activiteitenbesluit. Een maatwerkvoorschrift is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen rechtsbescherming openstaat.

Collectieve situaties

Bij een collectieve aanpak heeft de verordening de voorkeur. Hierdoor hoeft de gemeente niet voor elk individueel lozingsgeval een maatwerkvoorschrift op te leggen. Door in de verordening een lozingsverbod op te nemen, kan zij bijvoorbeeld lozingen van afvloeiend hemelwater of grondwater in een dwa-riool of gemengd stelsel op termijn beëindigen, in het verlengde van haar in het GRP vastgelegde beleid (zie Relatie verordening met GRP). De verordening regelt dus niet zozeer het niet-aansluiten, want het al dan niet aansluiten gaat immers via de bouwregelgeving. 

Heeft u suggesties? Laat het ons weten!

Stuur uw suggestie.
Vorige artikel Volgende artikel