De belangrijkste aspecten van het hoofdbemalingsgebied staan al in het schetsontwerp, zoals de plaats van het hoofdgemaal, de overstorten en de hoofdstructuur. Een verdere indeling van het gebied kan handig zijn. De voorkeur gaat uit naar een overzichtelijk en helder systeem. Om investerings- en exploitatiekosten te verminderen, is een ontwerp met zo min mogelijk gemalen aan te raden. Een gemaal centraal in het gebied kan hieraan vaak voldoen.
 
Bij de indeling in het functioneel ontwerp begint u met een eerste beoordeling van beschikbare vervallen en bodemverhangen én de gewenste minimale bodemverhangen. Voorkom dat de riolen te diep liggen. Maak hiervoor een globale schatting van het benodigde leidingverval vanaf de punten die het verst liggen. Afhankelijk van de grondwaterstanden en de toe te passen bemaling bij de uitvoering is de gewenste maximale diepte meestal 3 à 4 m. Bij (grotere) riolen kan minimale gronddekking een ontwerpuitgangspunt zijn.
 
In dit stadium kunt u er nog voor kiezen om het hoofdbemalingsgebied in kleinere onderbemalingsgebieden te verdelen. Bijvoorbeeld vanwege te diep liggende riolen of onhaalbare gewenste verhangen en kruisingen met watergangen. Afhankelijk hiervan moet u tussen- of opvoergemalen en eventueel lozingspunten en overstorten bij- en/of verplaatsen. De plaats van gemalen en tussengemalen moet passen in het totale afvoersysteem naar de rwzi.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel