De locatie van de infiltratievoorzieningen bepaalt de hoofdstructuur. Deze is afhankelijk van de beschikbare boven- en ondergrondse ruimte en de infiltratiegeschiktheid van de locatie. De afvoer naar infiltratievoorzieningen kan uit kleinschalige systemen bestaan. Is een overloop naar oppervlaktewater noodzakelijk, dan is soms een groot samenhangend netwerk nodig. Het aantal overstortlocaties kan klein zijn (behoud wel voldoende hydraulische capaciteit).
 
Bij afvoer naar oppervlaktewater zijn de transportafstanden meestal groot en ligt ondergrondse afvoer voor de hand. Kunt u het hemelwater onbehandeld lozen? Kies dan in principe voor de kortste weg naar oppervlaktewater, zodat weinig kruisingen met het dwa-riool nodig zijn. Het systeem heeft wel veel lozingspunten nodig, die het moeilijk maken om het hemelwater later alsnog te behandelen.
 
Heeft het hemelwater wel een behandeling nodig? Dan wilt u uit beheer- en kostenoverwegingen waarschijnlijk het aantal voorzieningen beperken. Dat betekent dat u een groter aaneengesloten hemelwaterstelsel moet aanleggen. Dit is qua structuur vergelijkbaar met een verbeterd gescheiden stelsel.
 
Een centrale zuiveringsvoorziening heeft een beperkte verwerkingscapaciteit. Breng daarom op diverse plaatsen in het stelsel overlopen aan. Deze overlopen gaan werken als de inloopintensiteit hoger is dan de verwerkingscapaciteit van de voorziening en als voorziening en stelsel vol zijn.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel