Gemeentelijke structuurvisie

Net als het Rijk en de provincie moet de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een of meer structuurvisies opstellen. Een gemeentelijke structuurvisie is een strategisch beleidsdocument over de ruimtelijke en functionele ontwikkelingen in de gemeente. Het geeft aan op welke plek welke functies wenselijk zijn of welke juist niet. In deze visie gaat het vooral om de keuze op hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen en het ruimtelijke beleid. De gemeente werkt deze hoofdlijnen uit in de bestemmingsplannen.

Bestemmingsplan

In het bestemmingsplan regelt de gemeente de bestemming binnen het plangebied en kan zij regels (voorschriften) voor het gebruik geven. Een bestemmingsplan bestaat uit de plankaart, de regels en een toelichting. Zo kan de gemeente via de planregels (gebruiks- en bouwregels) eisen stellen aan bijvoorbeeld de verhouding verhard-onverhard oppervlak en de diepte waarop nog gebouwd mag worden.

Bestemmingsplan en watertoetsproces

Bestemmingsplannen bevatten bindende regels voor bewoners en bedrijven voor het gebruik van gronden en het bouwen van bouwwerken. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht een watertoets voor bestemmingsplannen. Met het doorlopen van het watertoetsproces houdt de gemeente voorafgaand aan ruimtelijke ingrepen rekening met de mogelijk negatieve gevolgen voor het watersysteem. In nauwe afstemming met het waterschap bekijkt de gemeente wat de gevolgen voor de waterhuishouding kunnen zijn en hoe zij hiermee kan omgaan. De gemeente moet de watertoetsresultaten en de manier waarop zij de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding heeft meegenomen, vastleggen in een waterparagraaf (als toelichting bij het bestemmingsplan). Het is inmiddels gebruikelijk dat het waterschap (als adviseur in het watertoetsproces) de tekst voor de waterparagraaf aanlevert.

Het watertoetsproces biedt een behoorlijke waarborg dat de gemeente bestuurlijk zorgvuldig handelt en verkleint de kans dat in de toekomst problemen met bijvoorbeeld wateroverlast ontstaan. Overheden hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water het watertoetsproces ook van toepassing verklaard op alle andere ruimtelijke plannen en structuurvisies met betekenis voor de waterhuishoudkundige situatie.

Duurzaam waterbeheer juridisch vastleggen

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument om randvoorwaarden voor duurzaam waterbeheer juridisch vast te leggen. Voor u als rioleringsbeheerder (stedelijk waterbeheerder) is het belangrijk dat in de waterparagraaf de riolerings- en zuiveringstechnische werken staan én de eventuele voorzieningen die nodig zijn om aan de hemelwater- en grondwaterzorgplicht te voldoen. Uw gemeente kan in de waterparagraaf bijvoorbeeld als doelstelling opnemen dat hemelwater vóór eventuele afvoer eerst zo veel mogelijk wordt gebruikt en/of geïnfiltreerd (in lijn met de voorkeursvolgorde in art. 10.29a Wm). Ook kan zij beleidsdoelstellingen opnemen om mogelijke grondwaterproblemen in de beheerfase te voorkomen. In bredere zin kan de gemeente doelstellingen van het stedelijk waterbeleid in de waterparagraaf opnemen, uiteraard in overleg met de waterbeheerder. 

N.B. De toelichting bij het bestemmingsplan is juridisch niet bindend. De gemeente moet daarom de belangrijkste onderdelen van de waterparagraaf ook vertalen in bestemmingen op de plankaart (bijvoorbeeld welke gronden de functie water hebben) en in bouw- of gebruiksregels. Die bouw- en gebruiksregels zijn een toetsgrond voor het verlenen van bouwvergunningen.

Watertoetsproces op tijd starten

De gemeente moet de watertoets uitvoeren vóórdat het echte proces van ruimtelijk vastleggen (ordenen) begint. Hierbij moet zij rekening houden met de verschillende zorgplichten. In de praktijk vindt het overleg met de waterbeheerder vaak pas in de inrichtingsfase plaats en dat is te laat. Zelfs reageren op een ontwerpbestemmingsplan is eigenlijk al te laat. De belangrijke keuzen (locatie en wijze van bouwrijp maken – waaronder ophoging van gronden en voorbelasting – en de locatie van bouwwerken) zijn dan vaak al gemaakt. Idealiter betrekt de gemeente de waterbeheerder als adviseur vanaf het begin bij voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen. Zo kunnen zij samen nadenken over onder meer locatiekeuzen, de wijze van het bouw- en woonrijp maken van gronden en de vraag hoe concreet ze de zorgplichten kunnen invullen. (Zie ook de pagina Samenwerking in stedelijk (afval)waterbeheer.)

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel