Hoe wegen OAS-partijen maatregelen om de beoogde waterkwaliteit te bereiken af? Daarop is geen eenduidig antwoord te geven. Deze subparagraaf beschrijft enkele in Nederland gehanteerde werkwijzen. Op basis van deze werkwijzen en de overwegingen uit het vorige deel is een passende benadering te kiezen.

Waterkwaliteitsberekeningen

Met een waterkwaliteitsmodel is het effect van overstortingen op de waterkwaliteit (onder meer zuurstofconcentratie) te berekenen. Vervolgens kan met bijvoorbeeld de Tewormethodiek een score worden toegekend die aangeeft waar zich waterkwaliteitsproblemen voordoen.

Voordeel is dat deze methodiek relatief eenduidig is uit te voeren en tot heldere scores leidt. Nadeel is dat de berekeningsresultaten grote onzekerheden kennen. Zo kunnen de berekende overstortingshoeveelheden en de gehanteerde vuilgehalten sterk afwijken van de praktijk. Ook de modellering van het watersysteem kan flink afwijken van de in werkelijkheid optredende debieten en processen.

Eenvoudige spreadsheetberekening

In Nederland zijn verschillende spreadsheets in omloop waarmee op basis van kenmerken van het ontvangende water (zoals breedte, diepte en doorstroming) en de emissie uit de riolering een score is toe te kennen als maat voor de invloed op de waterkwaliteit.

Voor- en nadelen zijn vergelijkbaar met die van meer uitgebreide waterkwaliteitsberekeningen (zie hierboven). Maar de onzekerheden over de betrouwbaarheid van de resultaten zijn hier nóg groter.

Ecoscan

Met een veldbezoek is op basis van visuele waarnemingen, standaardscores en expert judgement te bepalen of een riooloverstort tot waterkwaliteitsproblemen leidt.

Voordeel van deze methode is de directe link met de praktijk. Nadeel is dat veldbezoek een mo­ment­opname is. Daarnaast geeft de ecoscan geen goed handvat voor het bepalen van de omvang van de benodigde maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren.

Metingen

Met meer uitgebreide metingen aan afvalwatersysteem en ontvangend oppervlaktewater is kennis te vergaren over de relatie tussen (lozingen uit) het afvalwatersysteem en de werkelijke waterkwaliteit.

Voordeel is dat een beter inzicht ontstaat in de werkelijke processen, waardoor benodigde maat­rege­len beter te onderbouwen zijn. Maar vergeleken met de andere werkwijzen zijn de kosten hoger en neemt deze methode meer tijd in beslag.

Workshop

In een workshop met deskundigen en gebiedskenners is in beeld te brengen waar zich waterkwaliteitsknelpunten bevinden. Hierbij kunt u ‘no regret’ (geen spijt)-maatregelen vaststellen. Voor­waar­de is wel dat mensen met de juiste kennis aan tafel zitten. Daarbij kunnen deelnemers ook kennis van metingen en berekeningen inbrengen.

Voordelen zijn de sterke link met de praktijk en een breed draagvlak. Maar ook bij deze methode is geen goede numerieke onderbouwing van maatregelen mogelijk.

Overstortingsfrequentie

Afhankelijk van het waterkwaliteitsdoel en de kwetsbaarheid van het oppervlaktewater is per lozingspunt een (theoretische) overstortingsfrequentie als norm te stellen.

Voordeel is een eenduidige benadering. Nadeel is dat de toelaatbare frequentie per lozingspunt moeilijk te bepalen is, waardoor geen goede onderbouwing van de maatregelen mogelijk is.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel