Werkt de methode?

Voor het aantonen van foutieve vuilwateraansluitingen op een hemelwaterriool zijn continue metingen nodig. Het meten met divers is een eenvoudige methode die relatief weinig inspanning vergt. Het temperatuurverloop over enige weken geeft inzicht in de aanwezigheid van foutaansluitingen.

Deze methode geeft geen inzicht in de exacte locatie van een foutaansluiting. U komt hooguit te weten tussen welke putten een foutaansluiting zit. Daarom is deze methode vooral geschikt om te onderzoeken of er foutaansluitingen zijn en zo ja, in welke strengen of delen van het stelsel deze zitten. Met temperatuurmetingen in een put kunt u een stelsel ook goed monitoren.

Controlemetingen via camera-inspectie lieten zien dat de temperatuurmetingen alle foutaansluitingen die de camera tegenkwam, ook kunnen vaststellen. Voorwaarde is wel dat de diver goed op de bodem ligt. Maar de validatie toont niet aan dat temperatuurmetingen alle foutaansluitingen hebben gevonden.

Is de methode werkbaar en betaalbaar?

Een meetperiode van twee weken is praktisch goed uitvoerbaar. Het is aannemelijk dat in die periode mogelijke foutaansluitingen zichtbaar worden. De kosten van de benodigde apparatuur zijn zeer beperkt.

Onder welke omstandigheden is de methode bruikbaar?

Voor het goed functioneren van deze methode gelden de volgende voorwaarden:
  • Het hemelwaterstelsel moet leeg of praktisch leeg zijn. In gevulde stelsels is deze methode niet bruikbaar. Het water staat dan bij droog weer grotendeels stil, zodat de warmte niet langs de sensor komt of de warmte te veel wordt verdund. Als u het hemelwaterstelsel voor een meetperiode van twee weken kunt leegzetten, zijn temperatuurmetingen weer wel geschikt.
  • De hemelwaterriolen moeten onder afschot liggen naar de putten. In een volledig horizontaal liggend hemelwaterstelsel is het niet zeker of een warmwaterlozing langs de sensor komt. Heeft uw gemeente een stelsel met alle huisaansluitingen op de putten (spinnekop)? Dan kunt u wel in de putten laten meten.
  • De methode is het meest effectief in hemelwaterstelsels waarbij de putten geen water bergen of infiltreren. Dat is omdat een enkele meting dan voor een groter bovenstroomsgelegen gebied informatie geeft. Als de bodem van de putten lager is dan die van de leidingen, zijn foutaansluitingen al snel niet meer voorbij de put te zien en moet u per streng laten meten.
Voor het opsporen van foutieve hemelwateraansluitingen op dwa-stelsels zijn de temperatuurloggers ook geschikt. Dan wijst zowel de temperatuurverandering als de stijging van de waterstand bij neerslag op een foutaansluiting.

Aanbevelingen

Gebruik deze methode in hellende en lege stelsels om te onderzoeken of er foutaansluitingen zijn en zo ja, in welke strengen of delen van het stelsel ze zitten.

Deze methode kunt u ook gebruiken om de temperatuur te meten bij opleveringsinspecties van nieuwe rioolstelsels of bij aanpassingen aan rioolstelsels. Juist dan komen fouten nogal eens voor. Als u die snel opspoort, kunt u de herstelkosten makkelijker verhalen.

Voer nader onderzoek uit om de exacte locatie van foutaansluitingen te bepalen. Dankzij de temperatuurmetingen kunt u dit onderzoek gericht doen, dus alleen in de verdachte delen van het stelsel.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel