In de lagenbenadering bestaan netwerken uit fysieke infrastructuur en onzichtbare verbindingen, zoals die voor informatie- en communicatietechnologie (ICT). De fysieke infrastructuur is het geheel van wegen, spoorwegen, waterwegen, havens, luchthavens, overstap- en overslagpunten, en ondergrondse buizen en leidingen.

Netwerken kunnen leiden tot de volgende specifieke randvoorwaarden voor het schetsontwerp:    

Ontsluiting verkeersstromen
De planstructuur van een nieuwe locatie hangt direct samen met de wegverbindingen. Die leiden de verkeersstromen van openbaar vervoer, auto’s, fietsers en voetgangers in zo veel mogelijk gescheiden banen. De wegfunctie heeft een relatie met de kans op verontreiniging van afstromend hemelwater. Daarnaast past u voor wegen met een grotere intensiteit andere verhardingen en wegfunderingen toe dan op een woonerf. Voor het schetsontwerp is het van belang om bijvoorbeeld het rioolgemaal zo dicht mogelijk bij wegen te plannen. Daar is de kans op verontreiniging van afstromend hemelwater tenslotte het grootst. Ook is het raadzaam leidingen die regelmatig geïnspecteerd of schoongemaakt moeten worden niet te plannen in drukke verkeersaders.

Kabels en leidingen

Bij de inrichting van nieuwbouwlocaties komen veel kabels en leidingen in de grond te liggen (voor elektriciteit, gas, drinkwater, stadsverwarming en ICT). Deze komen naast die voor afvalwater, hemelwater en drainage. Voor de afval- en hemelwaterstelsels is de positie van de leidingen essentieel. Voor de afvoer onder vrijverval luistert de (diepte)ligging zeer nauw.
Afval- en hemelwaterleidingen liggen zó diep, dat ze niet kruisen met kabels en leidingen die minder diep hoeven te liggen. Bij de aansluiting van percelen en hemelwaterkolken luistert de afstemming nauw. Vooral als het beschikbare straatprofiel beperkt is. Om vervanging mogelijk te maken, moet u in de planning van de ondergrondse infrastructuur bovendien rekening houden met een voldoende vrij profiel boven én naast de leidingen.

Bij (ondergrondse) infiltratietechnieken in de openbare ruimte luistert de ligging ten opzichte van de grondwaterstand nauw. Door de gemiddeld hogere ligging in het straatprofiel ontkomt u niet aan een nauwkeurige afstemming met andere kabels en leidingen.

Aansluiting op bestaande afvalwaterwatersystemen
Afvalwater dat in het plangebied vrijkomt, moet voor behandeling naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi). Het transport naar een rwzi kan rechtstreeks plaatsvinden via een gemaal en persleiding of indirect via bestaande afvalwaterstelsels. De waterkwaliteitsbeheerder is verantwoordelijk voor de behandeling van het afvalwater. Overleg met hem hoeveel water (de pompcapaciteit) u op welke manier kunt afvoeren. Of een aparte zuiveringsinstallatie nodig is, hangt af van:

  • het aanbod van hemel- en afvalwater;
  • de bestaande en geplande transport- en zuiveringscapaciteit;
  • de bedrijfskosten van de betreffende installatie.

Kruising van andere infrastructuur
Voer bij voorkeur afvalwater in een rechte, doorgaande lijn af naar het laagste punt, de ontvangstkelder van een rioolgemaal. Hierbij kunt u kruisingen met wegen en watergangen zó plannen, dat deze samenvallen met het diepste gedeelte van het stelsel. U kunt beter geen zinkers toepassen om onder watergangen, leidingen en dergelijke door te gaan. Deze verstoren de rechte, doorgaande lijn en zijn extra gevoelig voor onderhoud.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel