Soms kunnen aanvullende metingen wenselijk zijn. Zinvolle aanvullende metingen zijn vaak:

  • neerslagmetingen;
  • troebelheidsmetingen;
  • geleidbaarheidsmetingen. 

Neerslagmetingen

Het eerste doel van neerslagmetingen bij het meten van emissies is onderscheid maken tussen dwa en rwa. Zo is te controleren of neerslag daadwerkelijk emissies veroorzaakt of dat sprake is van geloosde dwa. Ten tweede kunt u met neerslagmetingen een schatting maken van de hydraulische belasting van neerslag op het stelsel. Hoogfrequente neerslagmetingen (1 per 5 minuten) zijn voor deze meetdoelen meestal niet nodig. Daarom kunt u ook neerslagmetingen (uur- of dagsommen) van bijvoorbeeld het KNMI of andere meetinstituten gebruiken.

Troebelheidsmetingen

Het doel van troebelheidsmetingen bij het meten van emissies is het verschaffen van informatie over de variabiliteit van de concentraties in het water. De troebelheid is een maat voor de concentratie zwevende stof, maar ook voor de concentraties van verschillende stoffen die zich binden aan zwevende stof. Troebelheidsmeters zijn complexe meetinstrumenten die veel aandacht en onderhoud nodig hebben. Daarom zijn troebelheidsmetingen alleen aan te bevelen als u inzicht wilt hebben in de variatie van concentraties in de tijd. 

Geleidbaarheidsmetingen

Geleidbaarheidsmetingen kunnen informatie opleveren over de verdunning/opmenging van opgeloste stoffen tijdens neerslag. De continue/hoogfrequente kwaliteitsmetingen als troebelheid en geleidbaarheid moeten op dezelfde plek in het riool plaatsvinden als de monstername. Want ook hiervoor geldt dat u op een representatieve plaats moet meten.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel