Gemeente Tuinstad is behoorlijk verguld met het succes van de bottom-up aanpak van het af-kop-pelen in de Bloemenwijk. In de eerste bespreking met het waterschap over de aanpak van de planvorming voor ‘Waterplan Tuinstad’ proberen gemeente en waterschap dan ook vooral een brede interactieve aanpak te formuleren. Beide partijen komen tot de slotsom dat interactieve planvorming veel voordelen heeft.
 
In het planvormingsproces worden inventarisatiebijeenkomsten per wijk voorgesteld, waar samen met bewoners knelpunten en kansen geïnventariseerd worden. De bijeenkomsten worden met een open agenda ingezet. Vervolgens is het de bedoeling om samen met vertegenwoordigers van de wijk aandachtspunten voor Waterplan Tuinstad te formuleren. Deze moeten vervolgens besproken worden met vertegenwoordigers van maatschappelijke (belangen)organisaties, waarna de relevante aandachtspunten de basis gaan vormen voor het waterplan. Vanaf dit punt zou de uitwerkingsfase, waarbij de inhoudelijke ondersteuning nodig is, moeten starten.
 
Het eerste probleem dat zich voordoet betreft het mobiliseren van betrokken en gemotiveerde burgers voor de bijeenkomsten. Alleen in die wijken waar concrete problemen zijn met water reageren mensen op de oproepen in de lokale pers om mee te beslissen over Waterplan Tuinstad. Uit sommige wijken komen zelfs helemaal geen aanmeldingen. Besloten wordt om een aantal bijeenkomsten samen te voegen, zodat de gekozen aanpak verder ongewijzigd kan blijven.

Typering vraagstuk

Uitgaande van de drie factoren uit Vraagstukken en hulpmiddelen kan het type vraagstuk snel worden geplaatst:
  • Overzichtelijkheid: ongebruikelijk
  • Aantal actoren: groot
  • Best.-maatsch. aandacht: klein (!)
Het proces moet dus centraal staan. De ‘open agenda’ die in dit voorbeeld gebruikt wordt, biedt ruimte aan alle partijen voor een eigen inbreng. Valkuil is echter dat de bewoners geen aanknopingspunten hebben om mee te participeren.
 
Tijdens de eerste inventarisatiebijeenkomst doen zich drie nieuwe problemen voor. Allereerst blijken de aanwezigen vooral gekomen te zijn omdat ze een bepaalde maatschappelijke organisatie vertegenwoordigen (en toevallig in de betreffende wijk wonen). Vervolgens blijkt het ontzettend lastig om op grond van een open agenda enige discussie over water op gang te brengen. In de betreffende wijken is weinig te merken van wateroverlast of watervervuiling. Omdat er bij de aanwezigen nauwelijks bevlogen ideeën zijn, blijft de inventarisatie hangen op parkeerproblemen en discussies over de aanpak van hondenpoep. Het derde probleempuntje is dat de weinige aanwezige wijkbewoners het idee krijgen dat de gemeente en het waterschap hun verantwoordelijkheid niet durven te dragen en daarom hun werk niet doen. Ze verwachten van ‘de overheid’ een concreet plan waar ze op kunnen reageren. Eén van de bewoners stelt dat ‘de gemeente haar werk niet door de burgers moet laten doen’.
 
De tweede inventarisatiebijeenkomst, die plaatsvindt in een wijk met vele watergerelateerde problemen, gaat ten onder aan een heel ander probleem. Er ontstaat veel en vurige discussie, voor een deel zelfs over water, maar de aangedragen knelpunten zijn wel heel erg concreet. Veel concreter dan het bedoelde abstractieniveau van Waterplan Tuinstad.
 
Bij het ordenen van de resultaten van de inventarisatiebijeenkomsten ontstaat een teleurstellend beeld. In plaats van de gehoopte overvloed aan bruikbare aandachtspunten is er een beperkt lijstje van detaillistische beheersknelpunten ontstaan. De resultaten vormen volstrekt onvoldoende basis voor de verdere planvorming. Bovendien is het eventuele enthousiasme van de gemobiliseerde burgers eerder af- dan toegenomen. De conclusie is dat de aanpak niet het gewenste resultaat opgeleverd heeft. Als mogelijke oorzaken worden genoemd: onduidelijkheid over de bedoelingen van gemeente en waterschap; relatief beperkte maatschappelijke relevantie van de waterproblematiek; onduidelijke vraag aan de burgers. Gemeente en waterschap besluiten om het planproces te wijzigen. De zeer open en interactieve planvorming wordt (voorlopig) vervangen door een meer doelgericht planvormingsproces. Het idee is dat de verschillende overheden eerst onderling maar eens gezamenlijk een duidelijk beeld van de waterproblematiek in Tuinstad moeten krijgen (analyseren) en scheppen (communiceren).

Signalering

Aandachtspunt bij deze sterk interactieve vorm is de beeldvorming. De procesaanpak vraagt dus om ondersteuning. De ondersteuning is erop gericht de belangen van alle partijen tijdens het proces te bewaken, de onderlinge communicatie te bevorderen en in goede banen te leiden.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel