Landelijke basis voor samenwerking

Nationaal Bestuursakkoord Water (2003)

In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2003 voor het eerst taakstellende afspraken vastgelegd om het watersysteem op orde te krijgen en te houden. Het NBW bevat afspraken over veiligheid, wateroverlast, watertekorten, verdroging, verzilting en water(bodem)kwaliteit. In het akkoord staan bijvoorbeeld werknormen voor wateroverlast die met de inwerkingtreding van de Waterwet (2009) zijn overgenomen in de provinciale waterverordeningen (zie waterbeleid provincie). Hierdoor hebben deze juridisch een sterkere status gekregen.

Nationaal Bestuursakkoord Water Actueel (2008)

Als vervolg op het NBW komt in 2008 het NBW Actueel. Waar het NBW meer op planvorming was gericht, staat in het NBW Actueel de uitvoering centraal. In het NBW Actueel staat hoe, met welke middelen en op welke termijn de samenwerkende overheden de wateropgaven in Nederland willen aanpakken. Het akkoord benadrukt dat het op orde krijgen en houden van het watersysteem een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.
 
Voor gemeenten staan twee belangrijke mijlpalen in het akkoord:

  • Het uiterlijk in 2027 kwalitatief (ecologisch én chemisch) op orde brengen van het watersysteem. Het kader hiervoor vormen de Kaderrichtlijn Water (KRW), het op basis hiervan vastgestelde Besluit kwaliteitseisen en monitoring water (Bkmw) 2009 en de op grond van de Waterwet geldende waterplannen. Hoewel hier in eerste instantie een opgave ligt voor de waterschappen, krijgen gemeenten hier natuurlijk wel indirect (door de samenwerking met de waterbeheerder) mee te maken.
  • Het uiterlijk in 2015 formuleren en oppakken van de stedelijke wateropgave. Hiermee worden de te treffen maatregelen bedoeld om ook in het bebouwde gebied de kans op wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. Gemeenten werken hierbij samen met de waterschappen en leggen concrete maatregelen vast in het GRP. Deze afspraak heeft een vervolg gekregen in het Deltaprogramma en de op basis hiervan geformuleerde deltabeslissingen (zie Deltaprogramma en deltabeslissingen).

Bestuursakkoord Water 2011

Het NBW Actueel is in 2011 geactualiseerd. In het waterbeheer is sprake van grote opgaven voor veiligheid tegen overstromingen, de zoetwatervoorziening, wateroverlast en waterkwaliteit. Gezien de overheidsbezuinigingen moeten gemeenten en waterschappen de opgaven voor de afvalwaterketen met minder middelen realiseren. Concreet moeten zij vanaf 2020 jaarlijks 380 miljoen euro in het waterbeheer besparen. Om dit voor elkaar te krijgen, moeten zij de afvalwaterketen in Nederland doelmatiger organiseren. Dat is het doel van het Bestuursakkoord Water (BAW) 2011.
 
Het BAW 2011 bevat concrete afspraken over vijf thema’s:

  1. heldere verantwoordelijkheden en minder bestuurlijke drukte;
  2. beheersbaar programma voor de waterkeringen;
  3. doelmatig beheer van de (afval)waterketen;
  4. werkzaamheden slim combineren;
  5. verkiezingen van het waterschapsbestuur.

De afspraken hebben geen consequenties voor de al bestaande doelen voor waterkwantiteit en -kwaliteit, deze blijven gewoon van kracht. Waar wetgeving belemmerend werkt, wordt deze aangepast. Maar voor die situaties waar samenwerking niet van de grond komt, is een 'stok achter de deur' beschikbaar (in de vorm van het interbestuurlijke toezichtsinstrumentarium). Een aantal jaar geleden is de voortgang van de afspraken beoordeeld door de onafhankelijke Visitatiecommissie Waterketen. Deze commissie heeft, onder leiding van Karla Peijs, onderzoek gedaan naar de voortgang van de uitvoering van afspraken over regionale samenwerking in de (afval)waterketen, die zijn vastgelegd in het Bestuursakkoord Water 2011. Hoofdvraag uit het onderzoek was of de afgesproken doelen van de regio's en de drinkwaterbedrijven (voor kosten, kwetsbaarheid en kwaliteit) leiden tot een structurele besparing van € 450 miljoen per jaar vanaf 2020 èn tot een daadwerkelijke vermindering van de kwetsbaarheid en verbetering van de kwaliteit. Het eindrapport van de commissie is eind 2014 opgeleverd. Conclusie van het rapport is dat de regio’s en drinkwaterbedrijven gezamenlijk het afgesproken besparingsbedrag niet halen, maar wel in de buurt komen (€ 440 miljoen). De commissie is daarbij echter van oordeel dat met enige extra inspanning door de sector de doelen wel degelijk haalbaar zijn. En tenslotte blijkt uit het rapport dat de besparingen die door samenwerking worden gerealiseerd, als voordeel hebben dat de kwetsbaarheid afneemt en de kwaliteit verbetert.
 
Financieel gezien springen de afspraken over twee BAW-thema’s eruit:

  • De waterschappen nemen vanaf 2011 de helft van de kosten voor aanleg en beheer van de primaire waterkeringen voor hun rekening. Dit betekent voor de rijksoverheid een jaarlijkse besparing van circa 180 miljoen euro. De waterschappen moeten deze kosten dragen door zelf te bezuinigen en eventueel kosten door te belasten in de waterschapsbelasting. De Waterwet is hiertoe per 1 januari 2014 gewijzigd. Maar de Tweede Kamer heeft wel expliciet aangegeven dat waterschapslasten niet veel meer dan de inflatie mogen stijgen.
  • Ook zijn afspraken gemaakt over het bundelen van kennis en capaciteit in het stedelijk waterbeheer. De basis hiervoor ligt in de afspraken die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) in april 2010 hebben gemaakt. De kern hiervan is een intensieve samenwerking tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en waterschappen bij de uitvoering van de beheertaken. Deze samenwerking moet in 2020 jaarlijks een kostenbesparing van 380 miljoen euro opleveren. Concrete voorbeelden en informatie over de voortgang van de samenwerking vindt u op www.samenwerkenaanwater.nl.

Afstemmingsbepaling in de Waterwet

De Waterwet stimuleert ook samenwerking. Artikel 3.8 verplicht waterschappen en gemeenten zelfs om met het oog op een doelmatig en samenhangend waterbeheer hun taken en bevoegdheden af te stemmen. Dit onderstreept nog eens hoe belangrijk de lokale samenwerking is. Gemeenten en waterschappen maken vaak bestuurlijke afspraken in afvalwaterakkoorden (zie het kader).
 

Afvalwaterakkoorden

Met de inzameling, het transport en de zuivering van afvalwater zorgen gemeente en waterschap samen voor een duurzame omgang met afvalwater. Investeringen in riolering en zuivering zijn kostbaar, de keuzes voor systemen en voorzieningen zijn voor lange tijd bepalend. Voor een optimale, duurzame en doelmatige inrichting en beheer van de afvalwaterketen is goede afstemming tussen gemeente en waterschap cruciaal. Al in 2004 stelden de UvW en VNG in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer voor om afvalwaterakkoorden op te stellen om de afstemming in de afvalwaterketen een structureel karakter te geven.

In een afvalwaterakkoord leggen gemeente en waterschap hun ambities voor en afspraken over de inrichting en het beheer van het (afval)watersysteem vast. Hoofddoel van een afvalwaterakkoord is een doelmatige vormgeving van de afvalwaterketen, waarbij de kosten en baten van maatregelen een belangrijke rol spelen. Deze doelmatigheid staat ook centraal in benchmarks die gemeenten en waterschappen uitvoeren. De gemeente kan het afvalwaterakkoord als onderdeel van het GRP of (indien aanwezig) gemeentelijk waterplan inbrengen.

Praktische samenwerking op lokaal niveau

De praktijk laat zien dat samenwerken in de (afval)waterketen niet vanzelf gaat. De nog relatief nieuwe werkwijze vraagt vaak ook om een verandering van de organisatiecultuur, bij zowel gemeenten als waterschappen. Om de samenwerking in de praktijk te ondersteunen, zijn een handreiking en brochure beschikbaar.

Handreiking VNG en UvW

De VNG, de UvW en het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) hebben in 2011 een handreiking1 samengesteld. Deze handreiking bestaat uit twee delen:

  • Deel 1: Samenwerken op basis van afspraken. Hierbij staat de vraag centraal: hoe kunt u de regelgeving voor afvalwater in de praktijk toepassen? Het gaat hier dus om de inhoudelijke kant van de samenwerking.
  • Deel 2: Permanente samenwerking. Dit deel geeft inzicht in vragen die spelen bij het vormgeven van permanente samenwerking in het stedelijk waterbeheer. Hier staat het samenwerkingsproces centraal.

Brochure 'denken en doen' in stedelijk waterbeheer

In oktober 2014 publiceerden de VNG en UvW een uitgebreide brochure2 waarin het 'denken en doen' in het stedelijk waterbeheer centraal staat. Deze brochure is mede gebaseerd op de afspraken uit het BAW 2011 en biedt een 'denkraam' voor gemeenten en waterbeheerders. De brochure bevat goede praktijkvoorbeelden van een nieuwe aanpak en werkwijze om het stedelijk waterbeheer doelmatig en omgevingsgericht in te vullen.

De handreiking en brochure vindt u op: samenwerkenaanwater.nl.

_________________________________________________________ 
1VNG en UvW (2011), Samenwerking op basis van afspraken. Handreiking toepassen regelgeving voor afvalwater in de praktijk, Den Haag.
2VNG en UvW (2014), Zelf doelen centraal stellen in het stedelijk waterbeheer. Handelingsperspectieven om het stedelijk waterbeheer doelmatig en omgevingsgericht in te vullen met effectief gebruik van juridische instrumenten, Den Haag.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel