Olie- en slibscheiders zijn ondergrondse voorzieningen die als functie hebben door middel van stroomverlamming zevende delen af te vangen. Dit kunnen zowel olie- als slibdeeltjes zijn. Omdat de olieconcentraties in afstromend water in het algemeen zeer laag zijn, ligt de nadruk op het afvangen van slibdeeltjes.

Werking
De vuilreducerende werking van de olie- en slibafscheider voor de behandeling van water berust op het bezinken en opdrijven van niet opgeloste delen. Coagulatie van deeltjes zal door de korte verblijftijd maar beperkt plaatsvinden. Flocculatie door toevoeging van chemicaliën kan het rendement verbeteren, maar is voor de behandeling van water in de meeste gevallen te complex.

De bezinking vindt plaats in een ruimte waarin lage stroomsnelheden optreden. Om een goede bezinking te verkrijgen, moet het systeem aan een aantal eisen voldoen:
  • het toestromend het water moet gelijkmatig verdelen over de bezinkingsruimte;
  • kortsluitstromen mogen niet ontstaan;
  • het naar de voorziening stromende water moet al zo rustig mogelijk zijn;
  • het afgevangen slib moet gebufferd worden op een zodanige wijze dat het niet meer kan opwoelen.

In vergelijking met lamellenafscheiders is bij een gelijke oppervlaktebelasting de mate van turbulentie hoger, zodat het bezinkingrendement lager zal zijn.

Zuiveringsrendementen
De rendementen van olieafscheiders en slibvangputten zullen naar verwachting lager liggen dan die van lamellenafscheiders met een gelijke oppervlaktebelasting.

Ontwerp
Hoeveelheid te behandelen water

In de beslisboom aan- en afkoppelen 2003 is als criterium opgenomen dat de afscheider minimaal 90% van de neerslag moet behandelen. In houdt in feite 90% van de inloop in het rioolstelsel in. Vanuit het oogpunt van de belasting op oppervlaktewater kunt u aanhouden dat maximaal 10% van het afstromende water (circa 60 mm) ongezuiverd mag overstorten op oppervlaktewater.

Voor het ontwerpdebiet kunt u aanhouden dat een afvoer van 14 l/(s.ha) voldoet als geen berging in het stelsel aanwezig is en 5 l/(s.ha) als 4 mm berging aanwezig is.

Functioneren van de voorziening
Door het ontbreken van gegevens over de bezinkbaarheid van stoffen in het water zijn de ontwerprichtlijnen niet op alle punten definitief in te vullen.

Oppervlaktebelasting
Uit de beschikbare informatie blijkt dat circa 50% van de zwevende deeltjes een bezinksnelheid hebben van 1 m/h of hoger. Bij een oppervlaktebelasting van 1 m/h zal de afscheider theoretisch alle deeltjes met een bezinksnelheid van 1 m/h of hoger afvangen. De deeltjes met een lagere bezinksnelheid zal de afscheider met een lager rendement afvangen.

De meeste afscheiders zijn ontworpen op een oppervlaktebelasting van 1 – 2 m/h. Dit lijkt vooralsnog een redelijk uitgangspunt, zolang nog niet duidelijk is waar de meeste vervuiling aan gebonden is.

Slibbuffer
De volgende aspecten bepalen de grootte van de buffer:

  • concentratie aan zwevende stof in het afstromende water
    De gehalten aan zwevende stof in afstromend water variëren globaal van 5 mg/l bij hellende daken tot 500 mg/l bij markten en winkelcentra. In de meeste rustige woonstraten zal het zwevendstofgehalte zich tussen de 50 en 100 mg/l bevinden, met als gemiddelde 75 mg/l.
  • verwijderingsrendement afscheider
    Het verwijderingsrendement voor zwevende stof is voor de bepaling van de grootte van de buffer op 70% gesteld.
  • drogestofgehalte bezonken slib
    Het drogestofgehalte bepaalt hoeveel volume het slib inneemt. Uitgegaan is van 20% droge stof met een dichtheid van 1.600 kg/m3.
  • ledigingsfrequentie slibbuffer
    De frequentie waarmee u de buffer laat legen zal in het algemeen 1 à 2 keer per jaar bedragen. Als u het slib automatisch uit de voorziening laat pompen, is slechts een beperkte buffercapaciteit nodig.
De slibproductie in een afscheider per ha afvoerend oppervlak kunt u als volgt bepalen:
  • wateraanvoer: 90% van 600 mm = 5.400 m3/j;
  • afgevangen vuilvracht: 70% van 5.400 m3 * 75 mg/l = 285 kg/j droge stof;
  • slibvolume per jaar: 285/1600 + 1140/1000 = 1,3 m3 per ha per jaar.
     

Beheer
Het beheer van de voorziening bestaat uit het verwijderen van het slib uit de voorziening en het controleren van de vitale onderdelen. De reinigingsfrequentie is afhankelijk van de keuzes die bij het ontwerp zijn gemaakt. Ook kunt u kiezen voor het automatisch verpompen van het slib. Het reinigen van de voorziening kunt u het eenvoudigst meenemen met het kolken reinigen. Het ontwerp van de put moet dan wel het gebruik van de standaard reinigingsapparatuur toelaten.
Het controleren van de staat van de put moet één keer per jaar plaatsvinden.

Overig
Op het punt van calamiteiten, illegale lozingen en verkeerde aansluitingen scoort de lamellenafscheider redelijk tot goed. Bij een ongeluk zal een deel van de verontreinigingen achterblijven in de voorziening. Wanneer het stelsel leeg is aan het begin van de bui, zal de afscheider de complete lozing kunnen bergen. De aanwezigheid van illegale lozingen en verkeerde aansluitingen kunt u goed signaleren in de voorziening en is op deze wijze terug te dringen.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel