De maatstaven om de conditie van objecten te beoordelen, leidt u af van de functionele eisen voor deze objecten. Deze maatstaven hebben dus betrekking op:
  • waterdichtheid;
  • stabiliteit;
  • afstroming.
Daarbij kunt u onderscheid maken tussen onderzoeks- en ingrijpmaatstaven. Onderzoeksmaatstaven leggen een grenstoestand vast waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek nodig is. Wanneer een object een ingrijpmaatstaf overschrijdt, moet u maatregelen treffen om erger te voorkomen. De maatstaven legt u vast volgens de coderingen van het standaardregistratiemethodiek in EN13508-2 en NEN 3399 (zie Codering toestandsaspecten).

Lokale situatie

Zonder analyse van de lokale situatie kunt u geen maatstaven vaststellen. Als het om waterdichtheid gaat, zal een riool in zandgrond zich anders gedragen dan een riool in de klei. Een gescheurd riool onder een snelweg kent andere risico’s dan eenzelfde riool in een achterpad bij een woningenblok. Het niet waterdicht zijn van een hemelwaterriool onder de grondwaterspiegel (en zonder afvoer naar de rwzi) hoeft helemaal geen probleem te zijn, als de stabiliteit van het riool en de omgeving maar gewaarborgd is. De lokale situatie bepaalt de risico’s voor het functioneren van de riolering en de mogelijke gevolgen voor aansprakelijkheid en schade. Daarom moet u vaststellen of de mogelijke risico’s leiden tot aanscherping van de maatstaven. Afhankelijk van de lokale situatie kunt u anders tegen de kwaliteit van de riolering aankijken.

Invloeden op keuze maatstaf

De invloed van de lokale situatie op de maatstafkeuze is afhankelijk van:
  • de kwetsbaarheid van het onderzoeksgebied;
  • de functie van het object binnen het systeem;
  • de aard van het afvalwater;
  • de situering en diepteligging (geometrie);
  • de overige boven- en ondergrondse infrastructuur;
  • de grondwaterstand en bodemgesteldheid (geohydrologische structuur met onder meer zettingsgedrag);
  • de funderingswijze, constructieopbouw, aard van verbindingen, aard en kwaliteit van het materiaal;
  • de nuttige belasting en de minimaal noodzakelijke constructieve veiligheid;
  • de mogelijkheden tot ingrijpen en de aard van de te nemen maatregelen;
  • de toestandsveranderingen in de tijd;
  • de manier waarop u de toestand bewaakt.
De wijze waarop u maatstaven voor rioleringsobjecten vastlegt, kunt u vinden in Hoe stelt u maatstaven vast?.
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel