Hellend gebied

In hellend gebied is de kans op wateroverlast relatief groot. Dit komt vooral doordat water zich lokaal op lage punten in het maaiveld verzamelt. Door de concentratie van grote waterhoeveelheden op een klein oppervlak kunnen grote waterdiepten ontstaan. Dit zijn de situaties waar mensen tot hun knieën in het water kunnen staan. Hellende gebieden vinden we niet alleen in Zuid-Limburg maar ook in Twente, de Achterhoek, de Veluwe en de Utrechtse, Sallandse en Drentse heuvelruggen, en niet te vergeten in de duinstreken.

Vlak gebied

In vlak gebied is de kans op wateroverlast relatief klein. De straat kan (tijdelijk) grote hoeveelheden water bergen en dat wordt algemeen geaccepteerd. Ook hier gaat het mis op locaties die net iets lager liggen dan de omgeving. Vanaf de straat kan water bijvoorbeeld overlopen naar kelders. Een voorbeeld is een museum dat onderloopt via de rolstoelingang. Incidenteel kunnen kelders of garages onder woningen onderlopen, omdat de stoeprand plaatselijk is verlaagd voor de oprit.

Waterrijk gebied

In waterrijk gebied is de kans op wateroverlast vaak klein, omdat hier meestal gescheiden rioolstelsels met veel uitlaten of gemengde stelsels met relatief veel overstorten liggen. Dit betekent dat de afstanden van het water naar de overstorten of uitlaten relatief kort zijn. De gebieden met water op straat zijn dus niet zo groot, waardoor de kans op overlast klein is.

Waterarm gebied

In waterarm gebied is de kans op wateroverlast juist groter. Vaak liggen hier gemengde rioolstelsels met weinig overstorten. Als het harder regent dan de bui waarop het stelsel is ontworpen, leiden langere transportafstanden naar overstorten of uitlaten tot meer water op straat. In het kader van waterkwaliteitsbeheer zijn de afgelopen jaren zo veel mogelijk overstorten opgeheven. Dit geldt ook voor de zogenaamde nooduitlaten: overstorten die veel minder vaak werken en vooral bedoeld zijn om wateroverlast (schade) tegen te gaan. De waterarme gebieden zijn meestal ook minder vlakke gebieden, waardoor de kans op overlast plaatselijk relatief groot kan zijn.

(Ver)nieuwbouwsituaties

In (ver)nieuwbouwsituaties is relatief makkelijk te anticiperen op wateroverlast. De gemeente kan een regenwatersysteem eenvoudig en voor relatief weinig meerkosten (laten) dimensioneren op een zwaardere neerslagbelasting. Ook kan zij de bovengrondse omgeving makkelijker inrichten op het bergen van grote hoeveelheden regenwater. Daarnaast kan de gemeente rekening houden met bereikbaarheid van de wijk door voetgangers en fietsers. Het is altijd verstandig om het bouwpeil van woningen substantieel hoger te leggen dan het peil van de straat.

Bestaande situaties

In bestaande situaties is het anticiperen duidelijk lastiger. Het grootste probleem zit vaak in het herkennen van mogelijke overlastlocaties. Voorbeeld: bij naast elkaar gelegen woningen met ondergrondse garages kan een paar centimeter verschil in het niveau van de inrit betekenen dat de ene garage wel onderloopt en de andere niet. Ook kan water op straat in hogergelegen gebieden via het straatoppervlak afstromen naar lagergelegen gebieden. De traditionele rioolmodellen zijn niet of nauwelijks geschikt om dergelijke processen betrouwbaar te simuleren (voorspellen).
 

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel