Uitvoeringsvormen

Uitvoeringsvormen voor de bergings- en infiltratiefunctie van infiltratievoorzieningen zijn wadi's, infiltratievelden en infiltratie-elementen als kratten, grindkoffers en tunnelelementen. Het transport naar een infiltratievoorziening kan bovengronds over het maaiveld of ondergronds door een buis plaatsvinden. Hoewel de uitvoeringsvormen zeer verschillen, is het principe van veel infiltratievoorzieningen gelijk en zijn ze relatief eenvoudig te schematiseren als reservoirs met een bepaalde bergings- en ledigings(/infiltratie)capaciteit. Infiltrerende verharding komt apart aan bod.

Infiltratiecapaciteit

Het infiltratieoppervlak, de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem en de grondwaterstand bepalen de infiltratiecapaciteit van de voorzieningen. Bij de bodemgesteldheid speelt ook de lokale grondverbetering rond de infiltratievoorziening (gebruik van drainagezand of andere materialen) een rol. De infiltratiecapaciteit is meestal moeilijk te voorspellen en is bovendien variabel in de tijd. De infiltratiecapaciteit vermindert doordat de voorziening of de bodem vervuilt/dichtslibt. Dit vraagt om bijzondere aandacht bij het verzamelen van de benodigde gegevens voor het modelleren van infiltratievoorzieningen. Vaak zijn deze voorzieningen ook nog niet eenduidig en compleet opgenomen in het (riool)beheer, wat het extra lastig maakt. Het bouwen van een model voor een infiltratievoorziening is daardoor grotendeels handmatig en arbeidsintensief.

IT-riool en DIT-riool

Bijzondere vormen van infiltratievoorzieningen zijn het infiltratie- en transportriool (IT-riool ) en het drainage-, infiltratie-, en transportriool (DIT-riool ). Behalve een bergings- en infiltratiefunctie hebben deze riolen ook een transportfunctie. Het DIT-riool heeft bovendien een drainagefunctie. Het hydraulisch functioneren van een infiltratieriool lijkt veel op dat van een gewone vrijvervalriolering en van drainagesystemen. Het modelleren is dus ook vergelijkbaar.

Infiltratiecapaciteit IT-riool

De maximale infiltratiecapaciteit van een infiltratieriool hangt af van de doorlatendheid van de buis, de doorlatendheid (k-waarde) van de bodem – inclusief bodemverbetering rondom de buis – en de actuele grondwaterstand. Bij infiltratiebuizen die boven de grondwaterstand liggen, is de infiltratiecapaciteit variabel en afhankelijk van de natte omtrek. De natte omtrek en dus de infiltratiecapaciteit nemen af met het leeglopen van de infiltratiebuis. In de loop van de tijd vermindert de infiltratiecapaciteit van infiltratieleidingen doordat de poriën in de bodem dichtslibben (1/3 deel van de buisomtrek). Om de actuele infiltratiecapaciteit te bepalen, kunnen metingen nodig zijn.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel