Figuur A ESF-m2 (Bron: STOWA)Vergroot afbeelding

Onderwaterplanten zijn belangrijk voor een goede ecologie in sloten en plassen. Als er onvoldoende licht op de waterbodem valt, kunnen onderwaterplanten niet overleven. De richtlijn voor de ESF Lichtklimaat is dat op ten minste 70% van de bodem van een watersysteem (> 50 cm diep) meer dan 4% van het licht de bodem kan bereiken. Wortelende waterplanten hebben dan voldoende licht om te groeien. Deze percentages zijn een voorlopige inschatting en kunnen nog veranderen door nieuw onderzoek.

Vertroebelende bestanddelen in water

Licht kan moeilijk de waterbodem bereiken als het water veel vertroebelende bestanddelen bevat. Het water kent dan een hoge extinctie. Een klassiek voorbeeld is een drijflaag van algen of kroos op het water. Licht komt daar moeilijk doorheen. Uit de analyse van de ESF Productiviteit water komt al naar voren of algen een potentieel probleem vormen voor de groei van onderwaterplanten. De ESF Lichtklimaat kijkt vooral naar andere vertroebelende bestanddelen dan algen. Voorbeelden zijn humuszuren die het water verkleuren en zwevende deeltjes die van de bodem kunnen opwervelen door de scheepvaart, de wind en bodemwoelende vissen. Hoewel mosselen vaak een invasieve exoot zijn, kunnen ze op de waterbodem het lichtklimaat juist positief beïnvloeden. De bodem wordt door de mosselen minder opwervelingsgevoelig en mosselen hebben een filterende werking, waardoor het water minder troebel wordt.

Analyse en instrumenten

Stap 1

De eerste stap in de analyse voor deze ESF is de verhouding doorzicht-diepte bepalen. Als deze groter is dan 0,6, komt er in principe voldoende licht op de bodem. Een ratio van 0,6 houdt concreet in dat in een sloot van 1 m diep een object op 60 cm diepte nog nét met het blote oog zichtbaar is. In dat geval staat de ESF op groen en is geen nadere analyse nodig. Bij een verhouding kleiner dan 0,6 staat de ESF op rood en is wel nader onderzoek nodig. 

Stap 2

Voor verdere analyse van het lichtklimaat in het watersysteem is de rekenmodule ‘Onderwaterlicht’ beschikbaar. Deze webapplicatie berekent op basis van de diepte en de in het water gemeten stoffen chlorofyl (maat voor bijdrage algen), detritus (dood organisch materiaal), anorganisch materiaal (zoals kleideeltjes) en humuszuren (verkleuring van het water, vooral in veengebieden) het percentage licht dat doordringt tot op de bodem. Bovendien geven de resultaten richting aan welke bron (of bronnen) de vertroebeling veroorzaakt (of veroorzaken) en de mogelijkheden om de situatie te beïnvloeden.

Figuur B Sloot deels bedekt met kroos (Bron: pixabay.com/ MabelAmber)Vergroot afbeelding

Maatregelen

Als blijkt dat het lichtklimaat in een watersysteem niet voldoet voor de terugkeer van onderwaterplanten terwijl dat wél de bedoeling is, zijn maatregelen nodig. Mogelijke maatregelen zijn:

  • de inlaat van troebel water reduceren;
  • bomen langs het watersysteem plaatsen om de invloed van de wind op het water te verminderen;
  • bodemwoelende vis verwijderen;
  • baggeren om de slappe, makkelijk opwervelbare bodem te verwijderen of de bodem juist bedekken met een laag zand.

Meer informatie

De informatie op deze pagina is gebaseerd op STOWA (2018)1 en STOWA (2015)2. Via de STOWA-website zijn meer achtergrondrapporten beschikbaar.


1 STOWA (2018). Ecologische Sleutelfactoren voor stilstaande en stromende wateren. Informatiebladen. Rapport 2018-24, STOWA, Amersfoort.
2 STOWA (2015). Ecologische Sleutelfactoren voor het herstel van onderwatervegetatie. Toepassing van de ecologische sleutelfactoren 1, 2 en 3 in de praktijk. Rapport 2015-17, STOWA, Amersfoort.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel