Bij alle vormen van visuele rioolinspectie beschrijft de inspecteur de waarnemingen (toestandsaspecten) volgens het standaardcoderingssysteem. Dit systeem is vastgelegd in de Europese norm NEN-EN 13508-2 en de daarvan afgeleide Nederlandse norm NEN 3399. De voorwaarden bij toepassing van de Nederlandse norm vindt u in bijlage A van NEN-EN 13508-2. De opzet van beide normen verschilt wezenlijk (zie toelichting hieronder).

De toestandsaspecten die een inspecteur kan aantreffen zijn onder meer afhankelijk van de gekozen inspectiemethode.

Europese norm

In principe omvat het Europese coderingssysteem een gestandaardiseerde lijst van alle beelden (hoofdcodes of toestandsaspecten) die in Europese riolen en putten zijn te herkennen. De NEN-EN 13508-2 beschrijft een maximumset codes die de inspecteur moet gebruiken om alle geconstateerde toestandsaspecten te beschrijven.
Volgens de norm moet een inspecteur elk toestandsaspect vastleggen met:

  • Een hoofdcode van drie letters.
  • Een aanvullende beschrijving van het toestandsaspect (aard of karakterisering) met een code van maximaal twee letters.
  • De omvang van het toestandsaspect met een kwantificering (meten). Een schatting door de inspecteur valt ook onder meten.

Nederlandse norm

De NEN-EN 13508-2 wordt in Nederland (nog) maar beperkt toegepast. In de NEN 3399, die een bijlage is bij de Europese norm, staat hoe u de NEN-EN 13508-2 in de Nederlandse situatie kunt gebruiken. De NEN 3399 biedt daartoe een minimumset aan, waarbij een opdrachtgever voorafgaand in het bestek aanvullende eisen kan stellen vanuit de Europese norm. De inspecteur mag in beginsel alleen de codes uit de Europese norm gebruiken. Na de herziening in 2015 van de NEN 3399 is helaas breed geconstateerd dat de Nederlandse norm niet goed toegepast wordt en onvoldoende beheerinformatie oplevert. Inmiddels is een transitie in gang gezet om in Nederland te gaan inspecteren conform de Euopese norm. Ook zal de inspecteur dan niet langer de waarnemingen classificeren, maar alleen nog registreren met codes, en zal de beheerder desgewenst classificatie toepassen (daarbij ondersteund door beheersoftware).

De belangrijkste onderwerpen in NEN 3399 zijn:

  • Registratie van toestandsaspecten:
    • een hoofdcode (drie letters) volgens NEN-EN 13508-2;
    • een verdere specificatie (de karakterisering) in een code van maximaal twee letters volgens NEN-EN 13508-2 of een klasseaanduiding (1 tot en met 5);
    • de omvang (de kwantificering) op basis van een klasseaanduiding (1 tot en met 5). In één situatie (BAJ-A: in langsrichting verplaatste buizen) moet de inspecteur ook een meetwaarde vastleggen.
  • Als de klasseaanduiding betrekking heeft op een kwantificering, betekent:
    • klasse 1 dat de inspecteur het toestandsaspect niet of in zeer geringe mate heeft waargenomen;
    • klasse 5 dat de inspecteur het toestandsaspect in een maximale omvang heeft waargenomen of dat het toestandsaspect voorkomt (wanneer uitsluitend kunt kiezen uit klasse 1 of 5).  Klasse 5 is in NEN 3399 gedefinieerd.
  • De registratiewijze is afhankelijk van welke inspectiemethode u inzet. Dit betekent dat per inspectiemethode:
    • onderscheid is in hoofdcodes die de inspecteur moet (normatief) en kan (informatief) vastleggen. De aard en het aantal normatieve (verplichte) codes verschillen per methode;
    • onderscheid is in de klasseaanduiding.
Figuur A geeft visuele inspectie als proces weer.

Figuur A Visuele inspectie als proces

Met NEN 3399 kan een inspecteur 100 tot 150 verschillende combinaties van hoofdcodes, karakteriseringen en kwantificeringen beschrijven. De Europese norm maakt beschrijving van een veel groter aantal combinaties mogelijk. Als opdrachtgever moet u bij toepassing van de Europese norm dus bewust kiezen welke informatie u nodig hebt en wat de inspecteur moet beschrijven.

Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel