Bij de keuze voor een maatregel hebben veel aspecten invloed op onder meer:

  • de uitvoeringswijze van de maatregel;
  • de uitvoerbaarheid;
  • de keuze ‘dig’, ‘no-dig’ of een combinatie;
  • de prijsvorming.

'Dig' of 'no-dig'?

De volgende aspecten (niet uitputtend) en vooral de daaraan verbonden kosten kunnen bij een ‘dig’-methode aanleiding zijn te kiezen voor een ‘no-dig’-methode:
  1. Verontreiniging van de op te breken materialen (zoals teerhoudend asfalt, verontreinigd funderingsmateriaal of grondwater en verontreinigde grond) verhoogt vaak de kosten.
  2. Bij noodzakelijke bronnering: de aanwezige grondslag en de grondmechanische effecten van een grondwaterstandverlaging. Vooral van belang in zettingsgevoelige gebieden bij nabijgelegen gebouwen met een fundering op staal of met houten funderingspalen. De hoeveelheid te onttrekken grondwater en de daaraan verbonden regelgeving voor grondwateronttrekkingsbelasting en eventuele retourbemaling.
  3. De lokale verkeerssituatie (voornamelijk verkeersintensiteiten of omleidingsmogelijkheden) en de eventueel te treffen verkeersmaatregelen (omleidingsroute) kunnen aanleiding zijn om de huidige (asfalt)verharding te handhaven (gebruikerseis).
  4. De aanwezigheid van kabels en leidingen met de kosten voor het eventueel verleggen ervan.
  5. De aanwezigheid van slechte inlaten of aansluitleidingen en de hoeveelheid en mate van wortelschermen.
  6. Een relatief langere uitvoeringstijd die onder meer samenhangt met:
    • de omvang van de beheermaatregel;
    • het graven van een bouwput;
    • de eventueel benodigde bemalingsvoorzieningen.
  7. Bij het geheel afsluiten en opbreken van wegen en paden. Bij bijvoorbeeld winkelpromenades of bedrijventerreinen kunnen de maatschappelijke aspecten grote invloed hebben op de keuze van de methode (sociale overlast).
  8. Afstemming van de werkzaamheden met het onderhoud van de wegen, plannen voor klimaatadaptatie, afkoppelen en herinrichtingen.
  9. Assetmanagement/risicogestuurd beheer. Het risico dat de gemeente bereid is te nemen, heeft invloed op de maatregelkeuze.
Slechte inlaatverbindingen of onjuist uitgevoerde rioolputrenovaties kunnen de levensduur van het gerenoveerde riool flink bekorten. Bijvoorbeeld doordat de overgang naar de leidinginlaat sneller wordt aangetast.

Toegankelijkheid riolen

Voor ronde riolen ligt de grens tussen toegankelijk en niet-toegankelijk bij een diameter van 1.000 mm, voor eivormige riolen bij afmetingen van 700/1.050 mm. Kleinere riolen kunnen ook menstoegankelijk zijn, maar dan wel met specifieke maatregelen. Bij werkzaamheden in het riool gelden wettelijke veiligheidsvoorschriften (zie hiervoor 'Veiligheid' op de pagina Uitvoering).
Exclusief voor leden
Geïnteresseerd in dit artikel? Log in!
En krijg toegang tot dit artikel en andere besloten delen van de website, met o.a. de kennisbank, beeldenbank en onderzoekspublicaties.
Vorige artikel Volgende artikel